Uit onderzoek van
Het Nieuwsblad is gebleken dat
Mathieu van der Poel en
Wout van Aert ongeveer vijf keer zoveel startgeld krijgen als hun concurrenten.
Niels Albert, tweevoudig wereldkampioen veldrijden, oppert om weer naar het oude systeem van startgelden terug te keren, zo geeft hij aan bij
Het Laatste Nieuws.Albert reed in de tijd met toppers als Lars Boom, Sven Nys en Zdenek Stybar. Zij hadden allemaal het zelfde contract en kregen 5000 euro, plus 1000 euro per trui die je had veroverd. Dat kon bijvoorbeeld een trui als nationaal kampioen of als wereldkampioen zijn. De 34-jarige Belg, zes jaar geleden gestopt vanwege hartritmestoornissen, legt de schuld niet bij Van der Poel en Van Aert voor de huidige verdeling. 'Zij kunnen de aanbiedingen tegen elkaar uitspelen. Dat is de wet van de markt: de toppers verdienen het meest.'
Volgens Albert moet de concurrentie daar niet over klagen. 'Zij hebben nog geen Milaan-Sanremo gewonnen en daarnaast ook niet het charisma en de klasse van die twee.' De gedwongen verlaging van de startgelden is te wijten aan de coronacrisis, maar Albert verwacht niet dat de startgeleden daarna weer op normaal niveau terugkeren. 'Je hoort veel mensen dat het niet meer houdbaar is.'
Albert dankbaar voor geld dat hij gekregen heeft
Zelf kreeg Albert ook flinke sommen geld en dat beseft hij naderhand maar al te goed, ook al verdiende hij niet zoveel als Van der Poel en Van Aert nu doen. 'Ik kreeg op jonge leeftijd al mooi startgeld, tussen de 500 en 750 euro. Uiteindelijk heb ik in mijn carrière één keer meer dan 10.000 euro gekregen. Dat was merkwaardig genoeg in Spanje, waar een lokale organisator me per se wilde hebben. Ik noemde een zot bedrag en die betaalde ook nog!'