Wie dit seizoen mee wil doen aan het veldrijden, hoeft niet per se een negatieve coronatest te overleggen bij de organisatie of de UCI, zo meldt Het Nieuwsblad. Omdat testen duur is, kijkt men naar andere oplossingen. In tegenstelling tot het wegwielrennen is de UCI nooit over de brug gekomen met een veiligheidsprotocol voor het veldrijden. De Belgische wielerbond komt daarom zelf met initiatieven. 'We hebben samengezeten met renners, ploegen, organisatoren en dokters. Er is beslist om vooral in te zetten op preventie. Hoe voorkomen dat renners niet besmet raken op wedstrijden', aldus bestuurder Jos Smets.
Om iedereen een eerlijke kans te geven om mee te doen, is er besloten om coronatests niet verplicht te stellen. 'Op een veldrit zijn er zo’n vijftien profs, de rest zijn amateurs. Je moet iedereen gelijk behandelen. Iedere week een test wordt duur voor die amateurs, temeer omdat ze ook hun entourage zouden moeten testen. Vier keer 50 euro: dat is 200 euro per veldrit', aldus Smets, die om die reden met andere maatregelen komt. Renners mogen slechts met drie teamleden nauw contact hebben en verder wordt bij inschrijving de temperatuur gemeten. 'Iedereen moet vooraf ook een formulier invullen, waarin wordt verklaard dat je geen symptomen vertoont.' (foto: Sirotti)