Iedereen, inclusief winnaar
Wout van Aert zelf, genoot van de prachtige plaatjes die de cross van Val di Sole zondag voortbracht. Voor veel veldritliefhebbers smaakt het naar meer, maar de hoofdrolspeler van Jumbo-Visma tempert de hype rondom de sneeuwcross wat.
'We moeten nu niet vijf keer in een winter in de sneeuw willen rijden', stelt Van Aert in gesprek met
HLN. Daarnaast benoemt hij ook de logistieke puzzel die het was om na Essen zaterdag op tijd in Italië te geraken, één van de landen waar de komende jaren meer crossen gereden moet gaan worden. 'Als we toch meer naar hier gaan komen, dan moet er ook iets met de kalender gebeuren. Nu wordt het er allemaal maar bij gepropt. Dat is niet leefbaar voor het veldrijden.'
Van Aert heeft ook een idee hoe het dan ingericht zou moeten worden en kijkt daarvoor naar de Wereldbekers op de mountainbike. 'Als hier een platform voor komt, moeten we een soort kalender krijgen zoals in het mountainbike, waar je om de zoveel tijd maar een groot evenement hebt. Dan wil ik heel graag', geeft de renner van Jumbo-Visma mee.
Van Aert: 'Moeten veel andere dingen ook veel beter worden'
De Belg won dan wel in de sneeuw, maar het hoeft van niet altijd een wit laken te zijn. 'Sneeuw, zand, slijk. Ik droom er al jaren van om ooit in een park in een Europese hoofdstad een cross te rijden. Als iemand dat klaar krijgt, ben ik erbij. Als je dertig crossen zoals zaterdag in Essen rijdt, was het veldrijden al heel lang niet meer zo interessant geweest.'
Van Aert wilde zelf, als één van de grootste ambassadeurs van de sport, heel graag meedoen in Val di Sole. ' Ik wilde het graag meemaken, ik ben heel blij dat ik hier was', geeft Van Aert aan. 'Uiteraard hoop ik dat we ooit mogen aantreden op de Spelen, ook al is het dan misschien voor mezelf niet meer. We staan er nu nog ver van af. We hebben laten zien dat we ook op deze ondergrond en deze locatie in de bergen spektakel kunnen leveren. Voor veldrijden olympisch is, moeten veel andere dingen ook veel beter worden', blijft hij realistisch.