Het voorjaar van
Puck Pieterse zit er na de Ronde van
Vlaanderen op. De dame uit Amersfoort kan na acht voorjaarswedstrijden een
indrukwekkend trackrecord overleggen, waarin ze enkel in de Strade Bianche
(dertiende) niet bij de beste tien reed. Wetende dat er belangrijke maanden op
de mountainbike volgen, volgen koersen als
Parijs-Roubaix en de Amstel Gold
Race de komende jaren. Want na dit voorjaar weet ze het zeker:
Puck is here
to stay.
Achtste in de Omloop, tiende in het Hageland, dertiende in
Strade, podium in Binda en Drenthe, zevende in Wevelgem, vijfde in Dwars door
Vlaanderen en tot slot zesde in De Ronde: een mens zou voor minder, maar in de
praktijk is het voorjaar van Pieterse nóg indrukwekkender. Al deze prestaties
werden namelijk behaald met een forse dosis inzet en een zeer attractieve
manier van koersen.
In De Ronde sloot de dame van
Fenix-Deceuninck af met een
finale tegen de Lotte Kopecky’s, Marianne Vossen en Demi Vollerings van deze
wereld. ‘Dit was wel echt een heroïsche koers, denk ik’, genoot Pieterse na.
‘Na het eerste uur begon het hard te regenen en dat is blijven aanhouden,
waardoor het koud werd en alles er glad bijlag. Dat maakte het nog extra
speciaal, denk ik.’
Ze weerde zich kranig in de zeer zware finale van De
Hoogmis. ‘Als eerste boven op de Koppenberg boven komen, was al super speciaal.
Om daarna in de finale nog mee te zitten, vooral op de Oude Kwaremont, was echt
wel heel vet. Dat gold ook voor de Paterberg, om op die beklimmingen met de
beste rensters naar boven te rijden is natuurlijk al heel gaaf.’
‘Helaas kwamen we niet meer bij de eerste drie’., doelt
Pieterse op Shirin van Anrooij, Kasia Niewiadoma en winnares Elisa Longo
Borghini. ‘We zagen ze rijden en sprinten, dat was wel jammer. Ik denk dat het
nog kon, maar de samenwerking bij ons was goed en niet super. We zaten met twee
dames van SD Worx-Protime en natuurlijk Marianne Vos, waar je ook niet per se
mee naar de finish wil gaan. Die andere dames zaten er echter ook al aardig
doorheen. Maar al bij al is het een supervette koers geweest.’
Voorjaar Pieterse smaakt zeker naar meer: ‘Ik neem heel
veel ervaring mee’
Die ‘supervette’ en ‘gave’ koersen smaken naar meer, merkt
Pieterse. ‘Het is jammer dat mijn voorjaar nu al ten einde komt. Ik heb het
echt naar mijn zin gehad en zou graag meer rijden. Aan de andere kant: dat kan
ik nu wel doen, maar ik moet mijn andere doelen niet zomaar naar de kant
zetten’, doelt ze – realistisch als ze is - voornamelijk op de Olympische
Spelen op de mountainbike, die er sneller aankomen dan iedereen denkt.
Nu het voorjaar ten einde is: wat neemt ze mee naar de
komende jaren? ‘Ik neem heel veel ervaring mee naar de komende jaren. Dit was
pas mijn eerste keer in Vlaanderen en om dan direct mee te doen om de winst en
mee te zitten op beklimmingen als de Paterberg, is heel leerzaam. Maar dat
geldt evengoed voor zo’n wedstrijd als Dwars door Vlaanderen, waarin je heel
veel leert over hoe zo’n finale eigenlijk werkt en wat je het beste kan doen.’
Al doende leert men. Zo paste Pieterse haar ervaringen van
woensdag direct toe op zondag. ‘Ik had in Dwars door Vlaanderen net iets teveel
gedaan. Toen had ik ook goede benen, maar toen deed ik te veel en dat nekte mij
in de finale een beetje. Nu probeerde ik niet direct al mijn kruid te
verschieten, maar nog steeds zat ik aardig kapot. Uiteindelijk was het dus wel
een kwestie van niet beter kunnen. Maar ik heb wel iets slimmer proberen te
rijden’, stelt ze.
Fenix-Deceuninck-ploegleider Michel Cornelisse –
die maar
wat geniet van het samenwerken met multitalent Pieterse – zei eerder dit
voorjaar al: ‘Puck moet gewoon Puck blijven. We laten haar lekker doen en die
manier van koersen moet je niet willen veranderen. Fouten maken is dus zeker
niet erg’, zei de Amsterdammer destijds. Dat Pieterse nu zonder zege haar
voorjaar afsluit, deert haar dan ook niet. ‘Die switch naar de zeges komt
vanzelf wel. We rijden hier met supersterke rensters, dus ik ben blij dat ik er
al bijzit en dat het zo goed gaat. Iedere keer dat er een kopgroep was in de
afgelopen koersen, zat ik erbij. Dat is een goed begin en vanaf daar kunnen we
alleen maar verder werken’, klinkt het bemoedigend.