Puck Pieterse hervat zondag in
Gent-Wevelgem haar Vlaamse
voorjaarscampagne. De Nederlandse van
Fenix-Deceuninck stond de afgelopen twee
weken op het podium van de vooraanstaande WorldTour-wedstrijden de Ronde van
Drenthe en Trofeo Alfredo Binda, waardoor ploegleider Michel Cornelisse met het
nodige vertrouwen uitkijkt naar Pieterse in de komende koersen.
We spraken Cornelisse na de finish van de Classic Brugge-De
Panne, waar zijn dames een sprint probeerden te ontlopen. ‘We waren één van de
meest actieve ploegen om er een wedstrijd van te maken, maar dan mis je wel een
beetje steun. Van het weer natuurlijk (lacht), maar ook van de andere ploegen. Met
Charlotte Kool en Elisa Balsamo (dsm-firmenich PostNL en Lidl-Trek, red.) heb
je hier twee goede sprintsters, maar er zijn nog veertien ploegen die niets te
verliezen hebben.’
De sportief directeur was alvast content met de grinta die
zijn vrouwen toonden. ‘Er waren toch een paar mooie momenten, maar dan zie je andere
teams toch weer het gat toerijden. Dan denk ik: laat die dames van Kool dat
doen, dan zitten zij ook met rensters minder in de finale. Maar goed, dat is
niet aan mij, de tactiek van de andere ploegen. Al bij al hebben we heel
attractief gekoerst, maar in de finale liep het nog een beetje de soep in.
Uiteindelijk hebben we het geprobeerd om te winnen, maar toch hebben we er ook
een goede training van kunnen maken richting de belangrijke koersen die komen.’
Pieterse komt er als extra Fenix-Deceuninck-wapen bij
vanaf Gent-Wevelgem
Zondag kan hij dus weer rekenen op kopvrouw Pieterse, met
wie hij op dezelfde voet kan verdergaan als in De Panne: de beuk erin. ‘Puck is
een alleskunner, maar het leukste is: zij koerst met haar hart. Wij willen heel
attractief koersen en het vrouwenwielrennen aanvallender maken, want dat is
toch ook veel leuker om naar te kijken? Puck is dan natuurlijk iemand… die is
niet tegen te houden.’
Dat straalt ze ook over op de andere dames, legt Cornelisse
uit. ‘We hebben een heel leuk vriendenteam, maar nu moeten we er nog voor
zorgen dat die vriendenploeg meer voor elkaar door het vuur gaat. Het zijn heel
lieve meiden, maar soms is het misschien nog iets té lief. Dan bedoel ik:
teveel ontzag voor de anderen. Yara Kastelijn zei het al in de Tour: we zijn er
niet om vrienden te maken. Dat probeer ik er een beetje in te houden. We zijn
goed bezig en hoeven dus echt niet bang te zijn.’
‘De aanwezigheid van Puck kan een gamechanger zijn’, duidt
de ras-Amsterdammer, die de vergelijking maakt met Mathieu van der Poel in zijn
eerste jaren op de weg. ‘Ik was natuurlijk ook bij Corendon-Circus het eerste
jaar, toen begonnen er in de schaduw van Mathieu heel veel renners heel goed te
rijden. Terwijl ze het zelf niet eens wisten, dat ze zo goed waren. Dat is het
voordeel van een
Puck Pieterse.’
Cornelisse geniet van dadendrang Pieterse: ‘Dat had
Mathieu in het begin ook’
Je ziet het aan de glimlach van Cornelisse: hij geniet van
zijn werk. ‘Het is fantastisch om als ploegleider met Puck te werken. Soms
krijg je bijna een hartaanval (lacht), zoals vorige week in de Trofeo Binda. We
hadden daar een heel plan opgesteld, maar toen viel ze een halve ronde te vroeg
aan. Dat had Mathieu natuurlijk ook in het begin, die crossers kenne
natuurlijk nie wachte he. Puck is dat natuurlijk ook gewend, dat startschot
dat klinkt en dan klaar en af. Nu moet ze drie uur wachten, dat is natuurlijk
wel wennen.’
Aan Cornelisse en co de taak om Pieterse in toom te houden,
maar zo ziet hij dat zelf zeker niet ‘Ik laat haar gewoon doen.
Puck Pieterse
moet je niet willen veranderen, Puck moet gewoon lekker Puck blijven. En dan
komt dat vanzelf. Zoals in Binda, daar baalt ze van, maar uiteindelijk ziet ze
het wel in. Alles is natuurlijk ook heel nieuw en een fout maken is dus zeker
niet erg.
Pieterse rijdt nog
Gent-Wevelgem,
Dwars door Vlaanderen en
de
Ronde van Vlaanderen. Normaal gesproken zal ze geen Parijs-Roubaix en Amstel
Gold Race doen. ‘De Olympische Spelen is natuurlijk heel belangrijk. Op een
gegeven moment kun je wel blijven schuiven, maar de Spelen zijn het
belangrijkste. Dat weten we ook.’