Hoewel het vorige seizoen vanwege corona voor een deel in
het water viel, was het voor sprintster
Lorena Wiebes zeker geen onsuccesvol jaar.
Van haar elf koersdagen won ze er maar liefst vier. Desondanks viel de aanloop
naar de eerste wedstrijden haar zwaar, vertelt de renster van Team DSM in de
Australische uitgave van
Procycling.
‘Ik ben een echt competitiebeest en had het lastig toen er
gedurende de coronapandemie geen wedstrijden waren.’ Wiebes liet echter allesbehalve
de moed zakken. ‘Ik ging veel meer naar het Keep Challenging Center (campus
Team DSM, red.) in Limburg.’ Daar kon ze in een appartement van de ploeg verblijven,
waarmee ze een prima uitvalbasis had om in de Limburgse heuvels en Waalse
Ardennen te trainen. ‘Het was de eerste keer dat ik trainingsritten van zes
uren maakte. Daar werd ik duidelijk sterker van.’
'In de toekomst wil ik enkele van die wedstrijden winnen'
- Wiebes over de klassiekersDat betaalde zich ook uit in de wedstrijden. ‘De finale van
de eerste etappe van de Challenge by La Vuelta had een lastige en vrij lange
hellende aankomst. Ik won daar met een comfortabele voorsprong en dat was het
bewijs dat ik een nieuwe stap had gezet. Waar Wiebes zich als sprintster nog
verder wil ontwikkelen, kijkt ze ook met een voorzichtig oog naar de klassiekers.
‘In de toekomst wil ik enkele van die wedstrijden proberen te winnen. Met mijn
achtergrond in het veldrijden kijk ik vooral uit naar Parijs-Roubaix. Dat moet
een speciale ervaring zijn.’
Wiebes over Olympische Spelen: 'Absoluut een stip aan de horizon'
Verder hoopt Wiebes door het rijden van klassiekers ook
sterker te worden, zodat ze haar grootste droom kan verwezenlijken, het winnen
van de wegrit op de
Olympische Spelen. Ze mikt vooral op de Spelen van 2024 in
Parijs, gezien het parcours in Tokio waarschijnlijk te lastig is. ‘Het is niet
dat ik er elke dag aan denk, maar het is absoluut een stip aan de horizon. In 2024
wil ik één van de beste rensters in het peloton zijn.’ Het mooiste scenario zou
een winnende sprint op de Champs-Élysées
zijn. Wiebes heeft daar echter wat twijfels over. ‘Ik denk dat ze het parcours
een beetje zwaarder gaan maken.’