De 19-jarige
Juan Ayuso blijft zijn uitstekende
Vuelta a España voortzetten. In de
bergrit naar Peñas Blancas finishte
Juan Ayuso in dezelfde tijd als rode trui Remco Evenepoel,
Enric Mas en Primoz Roglic. ‘Ik kan nu langzaam aan het podium denken.’
‘Ik heb het beste eruit
gehaald, dat weet ik zeker’, vertelt Ayuso na afloop aan onder andere
Discovery+. De renner van UAE Team Emirates had hoge verwachtingen van de
bergetappe. ‘Ik wist dat het een lange klim zou zijn. Ik hoopte dat, wanneer
het echt hard zou gaan, ik met de beste vijf over zou blijven.’ Ayuso dacht
zelfs aan meer. ‘Ik had daarna nog graag aangevallen, maar dat ging gewoon niet.
Mede door de vele veranderingen in ritme was dat lastig, maar desondanks ben ik
zeer tevreden.’
Ayuso staat vijfde
in de algemene rangschikking, maar pakte donderdag vijftien seconden terug op
landgenoot Carlos Rodríguez (vierde in klassement), die in de slotkilometer het
elitegroepje van klassementsrenners moest laten gaan. Ayuso – die op 4.53
minuten staat van Evenepoel – moet nu nog 47 seconden goedmaken op Rodríguez. De
stap naar het podium is een stuk groter met 1.50 minuut richting de derde Spanjaard
in de top vijf Mas.
Soler: 'Carapaz was gewoon te sterk'
Namens UAE
Team Emirates zaten
Marc Soler en Jan Polanc in de kopgroep tijdens de twaalfde
etappe. Soler moest op de slotklim vrij vroeg lossen, maar wist zich toch nog op
te werken naar de derde plek, vlak voor zijn ploegmaat Polanc. ‘Ik ben blij met
mijn conditie, maar teleurgesteld dat ik niet nog een keer kon winnen’, aldus
Soler op de
ploegsite. De Spanjaard won eerder de vijfde etappe vanuit
de ontsnapping.
Donderdag
stuitte hij echter op twee sterkere renners. Niet alleen ritwinnaar Carapaz ging
Soler in de uitslag voor, ook Wilco Kelderman. ‘Carapaz was gewoonweg te sterk
vandaag’, vervolgt de Spaanse renner, die zijn land- en ploeggenoot Ayuso goede
zaken zag doen. ‘We hebben een heel goed team hier, waarvan Ayuso en João Almeida
ambities hebben voor het klassement. We kijken uit naar het tweede deel van de
koers.’