Het lukte
Bauke Mollema in de zevende etappe van de Giro d’Italia
niet om zijn trilogie in de grote rondes te voltooien. Na een zinderende etappe
werd de renner van Trek-Segafredo in de
sprint geklopt door Koen Bouwman, met
wie hij deel uitmaakte van een ontsnapping, waar ook Tom Dumoulin en Wout Poels
deel van waren.
De zevende etappe was met ruim 4500 hoogtemeters een loodzware
dag. Aangezien de top van de lastigste helling al op zestig kilometer van de
finish lag, was het een geschikte etappe voor de vluchters. Het was dan ook
oorlog om in de ontsnapping te geraken, beaamt Mollema voor de microfoon van
Eurosport. ‘Het was een superzware etappe; in de eerste zestig, zeventig
kilometer ging het vol gas. Er vielen ook veel gaten in het peloton’, aldus de
Nederlander.
‘Uiteindelijk kwamen we met zeven man in de ontsnapping’, vervolgt
Mollema, die veel landgenoten terugzag in de vlucht. Zo waren ook Poels,
Dumoulin en Bouwman mee. ‘Het was een mooie ontsnapping’, lacht Mollema. ‘We
kennen elkaar allemaal heel goed. Het was mooi om met hen in de ontsnapping te
zitten. Maar helaas kon ik het niet afmaken’, baalt de coureur.
De situatie was nochtans goed voor Mollema. ‘Ik hoefde niet
veel beurten te doen, omdat we ook reden in het peloton om de roze trui (van
Juan Pedro López, red.) te behouden. Het was dus een goede situatie voor ons.’
Waar Mollema het verschillende keren probeerde met een aanval, wist hij Davide
Formolo, Bouwman en Dumoulin niet kwijt te raken. En in de sprint vreesde hij
Bouwman, die in de sprints voor de bergpunten onderweg ongenaakbaar was. ‘Ik wist
dat Bouwman snel was, en het lukte me dan ook niet hem te kloppen in de sprint.
Ik heb alles gegeven’, legt een teleurgstelde Mollema zich bij het verlies neer.