Het coronavirus bracht dit jaar overal chaos, zo ook in het
wielrennen. De kalender ging compleet op de schop en na elke rustdag van een
grote ronde zaten ploegen in volle spanning of hun renners coronavrij waren. Dylan
van Baarle en Koen Bouwman blikken middels een monoloog bij het AD terug op hun
merkwaardige wielerjaar. Voor Van Baarle was de grote vraag of hij ook in oktober een goede
Ronde van Vlaanderen kon rijden. ‘Ik keek er heel erg naar uit om op de kasseien
te rijden. Vooraf was het nog een groot vraagteken, maar ik had een supergoede
dag. Na de Tour had ik alleen de Scheldeprijs gereden voor een beetje
koersritme, dus ik ging blind ‘Vlaanderen’ in. In de neutralisatie voelde ik al
dat het goed zat. Uiteindelijk werd ik achtste, maar de bevestiging dat ik er
in de finale weer bij zat maakt dat het een hoogtepunt was. Ik hoef me nooit
meer af te vragen of ik goed zal zijn in de Ronde. Of die nou in
augustus, oktober of april wordt verreden’, concludeert de renner van
INEOS Grenadiers.
Dus rugnummers opspelden en doen alsof er niks aan de hand is.
- Koen BouwmanWat voor Bouwman een hoogtepunt van het seizoen moest worden, de
Giro d’Italia, werd uiteindelijk een dieptepunt. Na een positieve test van
kopman Steven Kruijswijk op de eerste rustdag stapte de gehele ploeg uit de
koers. ‘Wij hebben op die ochtend in de Giro allemaal een sneltest
gedaan en die was bij iedereen negatief. Dus snel ontbijten en naar de start.
In eerste instantie was het stil in de bus. Het was klote dat Steven er niet
meer bij was, maar het circus gaat gewoon door. Dus rugnummers opspelden en
doen alsof er niks aan de hand is.’
Bouwman: 'Dan valt er wel even een bom in de bus'
Kort voor de start veranderde echter alles. ‘Richting
de start sijpelde door dat een aantal ploegen besmettingen had maar geen
hertesten had gedaan en toen is de ploegleiding gaan nadenken. Ik zat rustig
achterin de bus, maar drie kwartier voor de start werd ons renners gevraagd hoe
wij het zagen. Renners kunnen het sportieve niet altijd scheiden van wat
verstandig is voor de gehele ploeg. Ik ook niet. Godsamme, ik wilde
starten. Ik was in de vorm van mijn leven en kon in de Giro misschien wel een
etappe winnen of en goed klassement rijden. Uiteindelijk werd om even
over half twaalf besloten niet te rijden. Vijftien minuten later zouden we
vertrekken. Dan valt er wel even een bom in de bus’, aldus Bouwman.