Ex-mountainbiker Joe Blackmore (21) was
bij zijn debuut als fulltime-wegrenner bij de beloftenformatie van Israel
Premier Tech in 2024 meteen de beste belofte van het jaar. Een jaar en een
profcontract midden het seizoen
later wil de Brit zien waar hij staat
in de grootste WorldTour-koersen. Ook komt hij terug naar de Brabantse Pijl,
waar hij vorig jaar vierde werd vanuit de kopgroep. ‘Hoe sterk ik me ook voelde, vanuit de ploegauto kreeg
ik orders om voor Dylan Teuns te rijden. Maar dat is oké, want op dat moment
was ik nog een renner uit het Development Team’, vertelt hij bij
In de
Leiderstrui.Blackmore logeert deze tijd van het jaar in
het Syncrosfera-hotel van Alexandr Kolobnev in de Spaanse Costa Blanca, bekend
van zijn kamers met hoogtesimulatie. ‘Zelf heb ik niet zo'n kamer en binnen de
ploeg zijn er renners die er hun vragen bij stellen’, zegt hij. ‘Als je even de
kamerdeur laat openstaan is dat hoogte-effect toch weg? Geef mij maar een
trainingskamp in de bergen op hoogte. Hier zit ik dan ook in een gewone kamer.’
Blackmore draagt nog de sporen van zijn val in de eerste etappe van de Ronde
van Valencia. Zijn wonden aan arm en been beginnen korstvorming te vertonen,
maar hij werd lelijk toegetakeld.
‘Weet je’, vertelt hij tijdens het
middagmaal, waar het interview plaatsvindt. ‘Iedereen ziet me als een
mountainbiker, maar ik heb ook altijd op de wegfiets gereden. Alleen deed ik
dat niet op hoog niveau. Om vorig jaar de kans te krijgen van de ploeg om me in
de grotere wedstrijden te tonen was dan ook erg mooi, ook in de profkoersen.
Zeker omdat het wedstrijden waren die me lagen.’
Blackmore is een manusje van alles, lijkt
het voorlopig. Niet alleen mountainbiken, maar ook het middengebergte,
de klassiekers
en zelfs sprinten kan hij aardig. Die veelzijdigheid zit ook in zijn programma
voor 2025. ‘Mijn eerste grote doel wordt de Strade Bianche. Daarna doe ik nog de Vlaamse
klassiekers en trek ik door tot aan de Ardennen, met Luik-Bastenaken-Luik. Ik doe onder
meer de Ronde van Vlaanderen en opnieuw de Brabantse Pijl. In het begin van het
seizoen ga ik voor eendagskoersen, op het einde van het seizoen lijkt het er
voorlopig op dat ik de Vuelta ga rijden.’
Zijn veelzijdigheid maakt dat Blackmore
zich overal volledig wil smijten. ‘Ik ga in alle wedstrijden zien waar ik
uitkom. Er is een heel aantal wedstrijden waar ik competitief kan zijn in de
finale. Dus ik moet me niet focussen op een bepaald soort parcours', legt hijj uit.
Lees verder onder de foto!
Blackmore klopte drie dagen voor
Brabantse Pijl nog Paul Magnier in sprint
Blackmore kwam voor het eerst in beeld bij
veel tv-kijkers in de Brabantse Pijl vorig jaar. Hij verblufte onder meer de
Sporza-commentatoren door naar de kopgroep toe te springen. Op het einde
offerde Blackmore zijn kansen op voor Israel–Premier Tech-ploeggenoot Dylan
Teuns. Hij dichtte het gat op Marijn van den Berg, brommerde door en trok de
sprint aan voor Teuns die tweede werd. Hij eindigde zelf als vierde. Blackmore zijn sprint, waarmee hij drie dagen eerder bij de beloften Paul Magnier had geklopt,
kregen we daar niet te zien. Een gemiste kans? ‘De keuze dat ik het gat op Van
den Berg moest dichtrijden in functie van Teuns, kwam eerlijk gezegd van de
auto en niet uit mezelf’, zegt Blackmore. ‘Maar ik begrijp die beslissing.
Dylan was een favoriet om de koers te winnen. Op dat moment was ik nog een
renner uit het Development Team. Hoe sterk ik me ook voelde, het was duidelijk
dat ik voor hem zou rijden. Dat is hoe het gaat in het wielrennen. Dat is oké
en hopelijk krijg ik in de komende jaren mijn eigen kansen.’
Of het verrassend was dat hij in zijn
eerste Vlaamse voorjaarskoers bij de besten eindigde? ‘Wanneer je goeie benen
hebt in een wedstrijd, dan doet het er niet toe welke wedstrijd dat is of tegen
wie je moet rijden’, schudt hij het hoofd. ‘Als je je zo goed voelt, ben je in staat
om vooraan te eindigen. Het is niet ingewikkeld, ik had gewoon een heel goede
dag.’
Een week later zou de Brit ook nog
Luik-Bastenaken-Luik voor beloften winnen, en later op het seizoen het
eindklassement van de Ronde van de Toekomst. Ook werd hij tweede in de Tour of
Britain. Hij lijkt dus niet in een vakje thuis te horen, al blijft een regelmatigheid terugkomen: dat de wedstrijd maar lastig is. ‘Ik weet niet goed welke wedstrijd
ik bij de profs het liefste zou winnen. Waar ik van houd zijn heuvelachtige
eendagskoersen, ritten in rondes die eindigen met een gereduceerde groep en rondes
van een week zijn ook mooi. Ritten winnen in de Tour de France moet het toppunt
zijn voor mij. In elke wedstrijd waar ik kom, wil
ik me honderd procent geven.’
Lees verder onder de foto!
Van idool naar ploeggenoot: ‘Ging met
Chris Froome naar Rwanda’
Als hem gevraagd wordt naar wie hij als
jongen opkeek, denkt Blackmore vooral aan enkele landgenoten. ‘Toen ik jonger
was, keek ik altijd naar de Tour en zo. Ik keek op naar de Britse winnaars van
de Tour de France, zoals Bradley Wiggins en Chris Froome. Froome is nu mijn ploegmaat, wat
heel cool is.
Vorig jaar ging ik met hem naar de Ronde van Rwanda. Naar hem kijk
ik zeker op. Op training rijdt hij bovendien ook nog steeds heel hard.’
Net als Froome wist Blackmore al te
schitteren in het hooggebergte, waar hij de Ronde van de Toekomst won, in de
voetsporen van onder meer Tadej Pogacar en Egan Bernal. Toch ziet hij zichzelf
nog niet als grote ronderenner. ‘Ik was niet de beste klimmer in de wedstrijd,
maar ik koerste aanvallend en goed. Ik koos de juiste momenten om aan te vallen.
Op het einde werd het nog een dichte strijd voor de gele trui, maar dat maakte
het net ook heel spannend.’
Lees verder onder de video!
Geel houden op Colle delle Finestre:
‘Gele trui verenigde ons Britse team met duidelijk doel’
Blackmore vatte de slotrit naar de
monsterlijke Colle delle Finestre aan met 3.55 minuut voorsprong op Pablo Torres
(nu UAE Team Emirates – XRG), van wie hij de gele trui na een vlucht de dag
voordien had overgenomen. Eerder had hij al een etappe gewonnen door Jarno
Widar en Torres te kloppen in een sprint naar de finish van La Rosière. ‘Aan de
voet van de Colle delle Finestre, had ik redelijk veel zelfvertrouwen dat het
klassement voor mij zou zijn. Ik probeerde Torres op de klim te volgen, maar kreeg
al snel door dat dat niet de juiste keuze was. Hij vloog ervandoor. Als je dan
de oplopende tijdsverschillen hoort van de mensen op de motors, denk je: shit.’
‘Dit was ook echt een heel lange klim. (16,2km
aan 9%) De slotklim naar La Rosière in de derde etappe, waar ik won, was
een explosievere klim (17,4km aan 5,8%). Op de Finestre probeerde ik
gewoon mijn verlies op Torres te beperken, Tijmen Graat kwam bij me halfweg de
klim en we draaiden goed rond.’
Blackmore werd tweede in de rit en hield op
de top maar veertien seconden over van zijn voorsprong. ‘Aan de finish was ik
zo uitgeput dat ik niet eens nadacht over of ik gewonnen had’, zegt Blackmore. ‘Ik
had me de hele tijd gefocust op mezelf 100 procent geven op de klim. Twee
minuten nadat ik de finish was gepasseerd, was het zeker. Ik had gewonnen.’
Of het geel hem vleugels had gegeven? ‘Dat
ik toen in de gele trui reed, zorgde er niet echt voor dat ik sneller kon
rijden. Wat het wel deed, was dat het ons Britse team. We hadden een duidelijk
doel: de overwinning naar ons toetrekken.’
Lees verder onder de foto!
Vergelijking Pidcock en Van der Poel: ‘Ik
zou hard moeten werken om zo goed te mountainbiken’
De veelzijdige Blackmore, die als eerste-
en tweedejaarsbelofte dertiende en zeventiende werd op het WK mountainbiken
voor beloften, voor hij volledig overstapte op wegwielrennen, doet de link
leggen met andere mountainbikers die goed zijn op verschillende parcours.
‘Vanuit mijn achtergrond hou ik van de sterren die in meerdere disciplines
schitteren’, zegt hij. Zoals Mathieu van der Poel en Tom Pidcock. Het is
inspirerend om te zien wat zijn op verschillende soorten fietsen kunnen doen.
Ik weet dat ik niet op dat niveau zit, als ik daar met de mountainbike wil
geraken zou ik er echt hard voor moeten werken. Maar het is heel cool om te
zien tot wat zij in staat zijn.’
Of Blackmore het WK in Rwanda gaat rijden
is overigens nog een vraagteken, omdat Blackmore eerst nog geselecteerd moet
worden door de Britse bond. Maar het is zeker iets wat hem aanspreekt.
Bovendien is het goed te combineren met de Vuelta, die met potlood op zijn
programma staat. Het WK-parcours kent hij namelijk al een beetje, aangezien hij
op die WK-wegen vorig jaar de laatste rit won van de Ronde van Rwanda, waarvan
de finale gebruikt wordt als het WK-rondje. ‘Het is een lastig parcours’, zegt
Blackmore. ‘In de koers deden we het rondje maar een paar keer dus ik weet niet
meer exact hoe het ging. Op het WK voor profs rijd je het zo vaak dat je het
snel uit het hoofd kent. Ik hoop er wel aan de start te staan.’