Ruim een jaar na zijn zware valpartij in de
Ronde van Lombardije
staat
Remco Evenepoel zaterdag in dezelfde koers weer aan de start als één van
de favorieten. ‘Ik voel dat ik
wedstrijden kan winnen, zoals dat ook voor mijn val het geval was.’
Waar Evenepoel dit
seizoen aanvankelijk moeite had zijn niveau van voor zijn val in Lombardije terug
te vinden, gaat de Belg sinds augustus weer als een speer. Zo won hij maar liefst
zes keer en stond hij nog driemaal op het podium. ‘Sinds begin augustus rijd ik
op een heel hoog niveau rond. Het is onverklaarbaar hoe dat gekomen is. Al het
werk dat ik in mijn comeback gestoken heb, is er de laatste tijd uitgekomen’,
aldus Evenepoel in gesprek met
Sporza.
‘Ik hoop dat
ik die vorm morgen nog kan vasthouden. De afgelopen maand is mijn beste ooit
geweest. Het is positief om zo de winter in te gaan’, gaat Evenepoel verder. In
de
Ronde van Lombardije krijgt de Belg nog een kans om zijn seizoen met een
klapper af te sluiten, al is hij niet de uitgesproken kopman. ‘We hebben morgen
drie kopmannen (Julian Alaphilippe, João Almeida en Evenepoel, red), die
allemaal goed overeenkomen. Het is heel leuk om zo te kunnen koersen. We
communiceren heel gemakkelijk onder mekaar en kunnen snel beslissingen nemen.
Dat is morgen alleen maar een voordeel.’
Evenepoel: 'Wil hard werken om bij die mannen aan te sluiten'
De grootste concurrent voor de
kopmannen van Deceuninck is Primoz Roglic. De Sloveen van Jumbo-Visma toonde
recent zijn topvorm met overtuigende overwinningen in de Ronde van Emilia en Milaan-Turijn,
twee voorbereidingskoersen op de
Ronde van Lombardije. Evenepoel stelt dat
Roglic maar ook Tadej Pogacar voorlopig nog van een hoger niveau zijn. ‘Ik doe
mee met de besten van de wereld, maar voel toch dat ik nog twee trappen lager
sta in vergelijking met mannen als Roglic en Pogacar. Ik wil hard werken om bij
die mannen te kunnen aansluiten. Dat is waarom ik zo gretig oog en zoveel
honger heb. Het zijn ook jongens naar wie ik opkijk. Ik ben dan ook
supertevreden dat ik kan strijden met hen. Ik wil nu die stap zetten om ze elke
koers te kunnen volgen’, besluit Evenepoel.