Tobias Foss strandde dinsdag op een zucht van de winst in de
proloog van de
Ronde van Romandië. Josef Cerny van Soudal-Quick Step
bleek net
een beetje sneller. Na afloop liet Foss weten de voorbije weken te hebben gekampt
met buikgriep, wat zijn prestatie des te knapper maakte.
‘Het is altijd zwaar’, hijgt de wereldkampioen tijdrijden
van Jumbo-Visma in gesprek met
Cycling Pro Net nog uit. ‘Ik had niet de beste
laatste twee weken. Ik worstelde met buikgriep’, deelt Foss een nieuwtje. ‘Het
was een propere opener. Het was zoeken naar het goede ritme, en ik werd heel
goed gecoacht vanuit de wagen. Ik weet dat ik kan concurreren met de besten,
dus dat geeft altijd motivatie. Helaas had ik niet dat extra beetje’, blikt
Foss terug op zijn proloog.
‘Het is nooit fijn om met zo’n klein verschil te winnen’,
vervolgt de Noor. ‘Ik heb echter alles gegeven en ben daar tevreden mee. Er komt
nog een tijdrit, die mij een stuk beter past’, blikt Foss al vooruit naar
vrijdag, wanneer er een tijdrit van bijna negentien kilometer met een flinke
klim erin op het programma staat.
'Zal mij niet met opzet laten lossen.'
- Tobias FossVoor Foss is de
Ronde van Romandië de laatste voorbereiding
richting de Giro d’Italia, waar hij Primoz Roglic zal ondersteunen. ‘Ik moet
mijn vorm wat aanscherpen richting de Giro, vanwege ziekte. Mijn voornaamste doel
is om een week goed te trainen en een koers in de benen te hebben. Ik zal mij
niet met opzet laten lossen, maar de ambities zijn buiten de tijdritten niet
groot’, lijkt Foss weinig vertrouwen te hebben in een goed klassement.
Zeeman ziet Foss bevestigen richting Giro d'Italia
Ploegleider Merijn Zeeman zag de tweede plek van
Foss als een goed signaal richting de Giro. ‘Een tweede plaats is altijd de meest ondankbare
en zeker als het verschil zo klein is. Tobias reed een goede proloog en dit is
een bevestiging dat het met zijn vorm wel goed zit met het oog op de Giro. Dit
geeft ook vertrouwen voor de tijdrit die later deze week gepland staat, daarin
kan hij zijn regenboogtrui nogmaals laten zien’, besluit Zeeman zijn reactie op
de
ploegsite.