Het hing
eigenlijk al tijden in de lucht. Hij presteerde niet naar behoren en was niet
fit genoeg. Afgelopen jaren werd de inmiddels 38-jarige Christopher Froome nog
voor zijn naam, faam en ervaring meegenomen naar de
Tour de France door zijn
ploeg Israel-Premier Tech. In de ijdele hoop op een opleving. Dit jaar is de
viervoudig Tourwinnaar er niet bij. De superkampioen van weleer is voor het
eerst in twaalf jaar bewust gepasseerd voor een Tourselectie. Dat is, ongeacht zijn
rol in de wielerluwte, een nieuw signaal hoe ver
Froomey is afgegleden. In
aanloop naar het Froomeloze
grand départ in Bilbao borrelt de behoefte
op om te mijmeren over zijn gloriejaren alsmede zijn roemloze val.
Eind februari,
het is de Ronde van Rwanda. Opeens is ie daar.
Chris Froome rijdt aan de
leiding gedurende de vijfde etappe, solo. Als ware het zijn beste dagen, op de
Mont Ventoux of de Colle delle Finestre. Dan rijdt hij tweemaal lek, wordt
bijgehaald en tuimelt het Rwandese skoekeloen in. Zijn inspanning is voor niets
geweest. Andere toppers in de ronde rijden hem voorbij. Toppers met namen die
voor veel wielerliefhebbers geen bel doen rinkelen, zoals Matteo Badilatti of
William Junior Lecerf. Nee, ook in de Ronde van Rwanda valt voor Froome geen
glorie te halen. Die februaridag resulteert niet in een opleving van de gewezen
Tourwinnaar.
Bovenstaand
verhaal klinkt als een koortsdroom of een stripverhaal. Stel je voor dat Lewis
Hamilton tijdens een kleine wedstrijd in Koekwauzerveen voor het eerst in jaren
een voorsprong van drie ronden pakt, tweemaal zichzelf in de prak rijdt en dan
door andere, nietszeggende coureurs het grind in wordt gereden. Het koddige
drama in Rwanda doet de naam van
Chris Froome, viervoudig Tourwinnaar, geen
goed. Bij ieder nieuwtje over zijn persoon zijn de reacties meelijwekkend en
cynisch. Johan Bruyneel typeerde de zwanenzang van Froome als zielig, en riep
de geboren Keniaan op tot stoppen. Stoppen, wat nou als dat, die enorm zware
beslissing, niet op een hoogtepunt kan?
Tekst gaat verder onder de foto.
Froome geen gehekelde, dominante winnaar meer
Het hoogtepunt
had een vijfde Tourzege moeten zijn, in de zomer van 2019. Het zwarte scenario
dat volgde is bekend. De horrorcrash in de Dauphiné en het maandenlange, zo
niet jarenlange herstel van een man van bijna 35. Een kampioen die voort
pruttelt, tegen beter weten in probeert terug te keren naar vervlogen tijden en
ongekend hoge wattages. Schier oneindige succesreeksen en memorabele
overwinningen. Die worsteling, dat proces zonder eind, die tocht zonder
hoogtepunten, maakte van Froome niet meer de gehekelde, dominante winnaar van
zeven grote rondes. Nee, eerder een martelaar, een hardwerkende wielrenner die
droomt van klein succes, zoals een etappezege in de Ronde van Rwanda.
Terug naar de
succesjaren van Froome, zo tussen 2012 en 2018. Het is de periode waarin de
Sky-train
floreert. Getypeerd door een fietsstijl met als leidraad het trappen van
wattages, die iedere peperdure renner uit de Britse formatie zo lang mogelijk kon
produceren. Als robots rijden de knechten van de gele trui de berg op. De concurrentie
volgt of sterft door ongeduldig koersgedrag, etappes liggen vaak de hele Tour
lam. Het zijn misschien wel de saaiste Tour de Frances van de afgelopen
decennia geweest.
Chris Froome won er vier, terwijl Bradley Wiggins en Geraint
Thomas ook een duit in het zakje deden. De Tour is in die jaren voorspelbaarder
dan ooit.
Vanaf 2019 kantelt
dit beeld. De Tour wordt spannender en attractiever. Egan Bernal wint in dat
jaar de Franse drieweekse. Het gaat dan al lang niet meer over het
wattagetrappen, het robotwielrennen en vooral niet meer over
Chris Froome.
Alsof hij met een ruk uit de tegenwoordige tijd van het wielrennen is
verdwenen. Het is eerder de vraag of, dan wanneer Froome terugkeert. Niemand heeft
het nog over een vijfde Tourzege, over een potentiële mederecordhouder van het
aantal eindoverwinningen in Frankrijk. Nieuwe helden staan op, het voor Sky
typerende koersgedrag wordt overschaduwd door spektakelrenners als Primoz
Roglic en Tadej Pogacar.
Tekst gaat verder onder de foto.
Wisseling van de wacht: Bernal (links) wint in 2019 de Tour, voor Thomas. Froome zit geblesseerd thuis.
Waarom verdergaan met dit leven als wielerprof?
Ondertussen
keert Froome tijdens het coronajaar 2020 terug in koers. In amper een jaar is
hij van grote klepper verworden tot pelotonvulling. Hij prutst zichzelf door de
Vuelta van dat najaar heen. Eenmaal in Madrid geeft hij, verscholen achter een
zwart mondkapje, een interview over zijn avontuur in Spanje. Over dat het fijn
is een koers weer uit te rijden. Hij straalt zichtbaar. Froome eindigt die Vuelta
als achtennegentigste. Het jaar erop biedt geen verbetering. In de Tour krijgt hij
schijnbaar alleen vanwege zijn naam een startplek in de Tourselectie. Ieder
camerashot van een lossende Froome bevestigt zijn geslonken statuur. De Tour
besluit hij op plek 133.
Waarom
verdergaan met dit leven als wielerprof? Een leven, zonder het succes dat je
gewend was? Het moet de liefhebber in Froome zijn. De fietsfanaat die op zoek
is naar dat ene gloriemoment en tegelijkertijd kan genieten van een mooie koers
en een ereplaats. Zoals vorig jaar, op Alpe d’Huez. Daar werd Froome derde, en werkte
hij zijn beste etappekoers in jaren af tijdens de Tour, totdat corona roet in
het eten gooide. Die dag, daar onder de Alpenzon, zal hem hebben herinnerd aan
de tijd vóór zijn succesperiode. Een periode waarin succes schaars was, maar
het leven ook voldoening gaf. Velen zullen haast vergeten dat Froome ooit een
anonieme renner was. Een coureur die lang wachtte op een doorbraak. Die uit de
Giro werd gezet omdat hij zich vasthield aan een koersmotard.
Het maakt
Froome tot een uniek figuur in de wielergeschiedenis. Een onwetende Keniaan die
zich snel ontwikkelde tot een van de beste coureurs aller tijden, maar net zo snel
en hard van zijn schavot kukelde. Tot een, iedere juli weer, gedoodverfde
Tourwinnaar, die zijn laatste glorie-episode niet kon voltooien. Inmiddels is het
bijna tien jaar geleden dat Froome op Ax-3-Domaines zijn eerste gele trui
veroverde. In zijn typische stijl, met het hoofd gebogen, op de
koffiemolencadans en met de ellebogen naar buiten. Nu is Froome er niet eens
meer bij en kan hij geen rol meer spelen in welke voorbeschouwing dan ook. Het
leven gaat door, zonder Froome in de Tour.
De tragiek van
de val van een veelvraat is één der aantrekkelijkste aspecten van de topsport. Wat
rest er nog? Komt er nog weer een opleving? En wat als stoppen op een
hoogtepunt er niet meer in zit? Misschien wel de belangrijkste vraag is wat
zijn afwezigheid in Bilbao bij de 38-jarige Froome zelf losmaakt. In een eerste
reactie mixte hij teleurstelling met optimisme. In 2024 wil hij er opnieuw bij
zijn. Hij lijkt echter niets meer dan een roepende in de woestijn. Iemand die
zijn ambities en de realiteit van zijn fysieke vermogens uit elkaar ziet
groeien, maar zijn doelen weigert op te geven. Eerst was het de vijfde
Tourzege. Toen werd het de etappeoverwinning. Inmiddels lijkt welk doel dan ook
niets meer dan wensdenken, overgoten met een saus van nostalgie.
Misschien zien
we Froome nog terug in de Vuelta, of de Ronde van Rwanda. Op zoek naar die
laatste triomf. Die laatste triomf, die meer dan ooit slechts een wazige
illusie is.
Huub Mol