Ongeveer een
maand geleden werd duidelijk dat een van de meest indrukwekkende beklimmingen
in het wielrennen terugkeert in de Tour de France. De Col de la Bonette, die
sinds 2008 niet meer werd aangedaan, vormt het hoofdgerecht in de negentiende
etappe van de Tour van 2024. Midden in de rit naar Isola 2000 zullen de renners
zich nagenoeg in de hemel (of hel) wanen, en op een hoogte van 2802 de hoogste
pasweg van Europa bereiken. In deze IDL Retro staan we stil bij het verhaal van
de Alpenreus en zijn bedwingers, van Federico Bahamontes tot aan de onbekende
John-Lee Augustyn.
De Col de la
Bonette als boksring voor Pogacar, Vingegaard, Roglic en Evenepoel in jacht op
geel?
De kans is
groot dat de Col de la Bonette komende zomer een sleutelrol zal spelen in de
strijd om de gele trui. De Tour komt wat klimgeweld betreft ietwat traag op
gang. Weliswaar moet het peloton op dag vier al de Col du Galibier bedwingen en
wacht er in week twee een pittig Pyreneeëntweeluik, deze etappes lijken echter
niet zwaar genoeg om met minuten te strooien. Het feit dat de Bonette, vanwege
de lengte, steilte én met name hoogte een monsterklim, in het slotweekend ligt,
maakt de berg een ideale plek voor een beslissende aanval. Daarnaast hebben we
te maken met een generatie klassementstoppers die niet schromen het kruit vroeg
te verschieten.
Eigenlijk is de
Bonette iets hoger dan 2700 meter. Maar de kleine omweg die je kan nemen, en
die ook in de Tour de France gebruikt wordt, leidt naar de honderd meter hogere
Cime de la Bonette. De weg lijkt hier met een potloodstreepje in het landschap
getrokken. Renners rijden langs een ravijn, over een dun randje om de Cime heen.
Dit levert adembenemende beelden op. De hoogte zorgt voor een dor, donkergrijs
rotslandschap. Dit maakt de Bonette tot een van de meest desolate plekken die
de Tour aan kan doen, en ook een van de fraaiste. Al kilometers voor de top zijn
de uitzichten afschuwelijk mooi. De col wordt nergens écht heel steil en is
vooral lang en slopend.
De Bonette is,
in tegenstelling tot andere letterlijk adembenemende reuzen als de Col du Galibier,
de Col de l’Iseran en de Col d’Izoard, niet vaak in de Tour gebruikt. Slechts vier
keer zat de klim in een etappe. In de jaren ’60 kwam een van de beste klimmers
aller tijden, Federico Bahamontes, twee keer als eerste boven op de Alpenreus. In
1959 won Bahamontes de Tour, liefst zes keer won hij het bergklassement. De Bonette
kende zodoende in de eerste twee passages een meer dan geschikte overwinnaar. De
laatste renner die als eerste de top rondde op de Alpenreus was een onbekende,
onwetende Zuid-Afrikaan.
Federico Bahamontes, bijgenaamd 'De Adelaar van Toledo', bedwong de Bonette twee keer
Daar stond
Augustyn, terwijl Evans, Sastre en de Schleckjes voorbij zoefden
Team Barloworld
is in 2007 een opvallende wildcardploeg in de Tour. De in het rood gehulde équipe
rijdt met onder anderen een piepjonge Geraint Thomas in de gelederen en winnen
met Robbie Hunter een sprintersrit. Het is echter de excentrieke Colombiaan
Juan Mauricio Soler die de show steelt. Hij wordt tiende in het eindklassement,
wint een bergrit en pakt de bollentrui. In 2008 wil de ploeg weer alles op
Soler zetten. De kopman valt echter snel uit en dus moeten andere vrijbuiters uit
de schaduw treden. Onder hen de 21-jarige Zuid-Afrikaan John-Lee Augustyn, de
op één na jongste deelnemer van deze Tour. Hij sluipt mee in de kopgroep in de zestiende
etappe met finish in Jausiers.
Na de al even lange
Col de la Lombarde hijst de kopgroep zichzelf de Bonette op. Het tempo valt
stil vanwege de hoogte. Renners happen naar zuurstof. Met een ferme demarrage
vallen hier grote verschillen te maken in enkele honderden meters. Augustyn overziet
zijn medevluchters en besluit een poging te wagen, op zoek naar een moment van
eeuwige roem in de grootste wedstrijd ter wereld. Erkende klimmers als Cyril
Dessel en Tadej Valjavec kunnen hem niet volgen. Zo komt de piepjonge Augustyn
als eerste aan op het dak van de Tour. Hij moet echter nog afdalen naar
Jausiers. En in die afdaling gaat het direct helemaal mis.
John-Lee Augustyn, vlak voor zijn beangstigende valpartij in de afdaling van de Bonette
De afzink zit
vol met linke bochten en al in een van de eerste rijdt Augustyn rechtdoor in
plaats van rechtsaf. Hij duikt vol het ravijn in. De afgrond blijkt minder
steil dan gevreesd en met behulp van een toeschouwer kruipt de overdonderde
Zuid-Afrikaan terug omhoog naar de weg. Het levert unieke beelden op, van een
hulpeloze renner, verward door de smak die hij net heeft gemaakt. En er is een
probleem. De fiets van Augustyn heeft een duikvlucht verder het ravijn in genomen
en ligt tientallen meters verderop. Er zit niets anders op dan te wachten, op
bijna drie kilometer hoogte, op de ploegleiderswagen. Ondertussen snellen de toppers
van die Tour, Cadel Evans, Carlos Sastre en de broertjes Schleck, langs de
vertwijfelde jongeling.
Ruim vijf
minuten moet Augustyn wachten op een nieuwe fiets. Met angst en beven, en
vooral een in rook opgegane etappezege in gedachten, komt hij uiteindelijk als
33e over de streep. Een illusie armer, en een bijna-doodervaring
rijker. De bizarre beklimming én afdaling van de Col de la Bonette vormen meteen
ook de laatste impressies van de jonge Zuid-Afrikaan voor het grote publiek. Zijn
carrière wordt er één zonder hoogtepunten, die na een slepende blessure in 2014
als een nachtkaars eindigt. Voor altijd is Augustyn één van de succesvolle
temmers van de hoogste pasweg van Europa. Maar het zijn vooral de beelden van
de afdaling die bij menig volger in het geheugen staan gegrift.
Ongetwijfeld zal
de lange weg omhoog komende zomer in de slopende bergrit naar Isola 2000 voor een
grote slijtageslag gaan zorgen. Wie weet is de Bonette wel het strijdtoneel van
een uniek gevecht tussen Tadej Pogacar, Jonas Vingegaard, Primoz Roglic en
Remco Evenepoel in de strijd om de gele trui. Al is te hopen dat het met de
hoofdrolspelers van komende zomer beter afloopt dan met John-Lee Augustyn. Wie de
Bonette bestijgt, moet immers ook weer afdalen…
<i>Bekijk hier de beelden van de val van Augustyn, vanaf 8:55</i>