Daniel Martin wist in de achttiende etappe van de
Tour de France met zijn vijfde plaats zijn beste resultaat neer te zetten. De Ier van
Israel Start-Up Nation was op de slotklim net niet goed genoeg om de beste renners te volgen, al dacht hij nog even aan de overwinning, zo bekende hij na afloop.
Martin kon zogezegd nog geen potten breken in deze
Tour de France, maar liet zich donderdag weer enigszins van voren zien. In de etappe die werd gewonnen door
Tadej Pogacar, kwam hij op 24 seconden binnen van de Sloveen achter Jonas Vingegaard, Richard Carapaz en Enric Mas. ‘Ik ben blij dat ik op de laatste dag in de bergen mijn ware
ik heb kunnen laten zien. Ik wist niet zeker hoe mijn benen zouden voelen nadat
ik mij de laatste dagen niet geweldig voelde. Daarom besloot ik mijzelf in het
peloton te houden en zoveel mogelijk te profiteren richting de laatste klim. Elke
keer als iemand het wiel liet, sprong ik er overheen. Ik was eigenlijk een
beetje verbaasd over hoe het ging en toen we dichter bij de finish kwamen,
begon ik te denken dat ik misschien voor de etappe kon gaan', zo laat hij na afloop op de
ploegsite weten.
De beste renners kon Martin uiteindelijk niet direct volgen en dat zorgde ervoor dat hij later op de slotklim nog aan een inhaalrace moest beginnen. ‘Toen de groep uit elkaar viel, bleef ik bij O’Connor en
Kelderman, die tempo maakten voor hun klassement. Op een gegeven moment voelde
ik dat ze moe begonnen te worden, dus sprong ik weg en probeerde ik het gat
richting de kopgroep te dichten. Zonder het harde tempo van Sep Kuss had ik
misschien kunnen terugkomen. Het was hoe dan ook fijn om mezelf weer te zijn op
de klim en mezelf te laten zien.’ Martin won eerder dit jaar nog de zeventiende etappe in de Giro d'Italia, waar hij als tiende eindigde in het eindklassement. In de
Tour de France staat hij momenteel 40e, op meer dan twee uur achterstand van Pogacar.