Op maandag 3 juli deed zich de eerste sprinterskans in 110e editie van de
Tour de France voor. In Bayonne was het Jasper Philipsen (Alpecin-Deceuninck) die
victorie kraaide. De Vlaming verwees Phil Bauhaus (Bahrain Victorious) en Caleb Ewan (Lotto-Dstny) naar respectievelijk de tweede en derde plaats. De Vlamingen waren sowieso goed vertegenwoordigd in de top tien, daar Wout van Aert (Jumbo-Visma)
vijfde werd en
Jordi Meeus (BORA-hansgrohe) naar een
zevende stek spurtte. Laatstgenoemde blikt in een kort
flashinterview terug op zijn dag.
'Al met al was het geen slechte dag voor ons als ploeg', aldus de Belg. 'We hebben onszelf goed van voren laten zien. We misten alleen wat finetuning in de ultieme slotfase. Maar voor een eerste sprint in de Tour mogen we niet klagen.'
'Het is niet zo dat ik blij ben met dit resultaat, maar ik ben ook zeker niet teleurgesteld', blijft Meeus qua gemoedstoestand neutraal. 'We kunnen vanaf hier alleen maar verbeteren. Met iets meer ritme en oefening komen we zeker in aanmerking voor podiumplaatsen. En misschien zelfs wel voor de overwinning', toont hij zich strijdvaardig.
Daags na de rit naar Bayonne staat er wederom een
kans voor de vlugge jongens op het menu. Meeus hoeft derhalve niet lang te wachten vooraleer hij weer een nieuwe gooi naar de ritzege kan doen. De coureur uit Lommel zal echter wel van goeden huize moeten komen, wil hij heren als Philipsen, Van Aert, Fabio Jakobsen, Dylan Groenewegen en Caleb Ewan verslaan.