Sam Oomen onderscheidde zich zaterdag in de
Vuelta a España
met goed kopwerk op de slotklim voor zijn kopman Primoz Roglic. Na afloop sprak
de Nederlander over een makkelijkere etappe dan dat hij op voorhand had verwacht.
Zo vertelde Oomen aan Eurosport dat hij en de ploeg op een knallende
openingsfase hadden gerekend. ‘We dachten dat er oorlog zou zijn om in de
ontsnapping te geraken, maar dat gebeurde niet.’ Ook het verder verloop van de
etappe viel Oomen mee. ‘De tweede beklimming was een hele zware, er gebeurde daar
echter niets speciaals. Daarna was het gewoon een kwestie van alles zo goed mogelijk
controleren tot de finish. We hadden verwacht dat het veel zwaarder zou zijn.'
Bij Jumbo-Visma stond de veertiende etappe in het teken van
het beschermen van kopman Roglic, en dat verliep volgens Oomen als gesmeerd. ‘De
jongens deden steeds een heel goede lead-out richting de beklimmingen en dat
scheelt heel veel. Dat zijn goede dingen’, aldus Oomen. Op de slotklim werd
Jumbo-Visma nog wel even onder druk gezet door Movistar. ‘(Miguel Ángel, red.) López
viel in de finale aan, ik weet niet hoe het uiteindelijk eindigde. Maar we gingen vooraf van het ergste uit, maar dat bleef
uit.’’ Uiteindelijk pakte López slechts enkele seconden op Roglic.
Oomen: 'Ik zie erg af in de hitte'
Zondag zal Oomen weer aan de bak moeten in een zware
bergetappe, daarna wacht hem en de rest van het peloton een welverdiende
rustdag. Wat Oomen betreft had de rustdag ook wel enkele dagen later kunnen
komen. ‘Het is een mentaal dingetje. Als je weet dat die bijna komt, dan heb je
er heel zin in. Maar twee dagen later zou ook niet erg zijn. Toch is een rustdag
fijn na een zwaar weekend.’
Oomen voelt zich verder na een minder begin van de Vuelta
weer beter worden, al speelt de Spaanse hitte hem nog steeds parten. ‘Om
eerlijk te zijn en het klinkt misschien een beetje sneu, maar ik zie erg af in
de hitte. Vooral in het begin hoopte ik beter te zijn, maar dat was ik niet.
Vandaag voelde ik mij wel wat beter, het was dertig graden in plaats van
veertig en dat is al een groot verschil’, besluit Oomen.