Mads Pedersen won woensdag
de tweede etappe van de Ronde van Luxemburg. Daarbij
legde hij de leider in de wedstrijd,
Mathieu van der Poel (Alpecin-Deceuninck), erop in de sprint. Het was de twaalfde overwinning van het jaar voor de Deen, en eentje die hij zonder zijn teamgenoten niet had behaald, zo klonk het.
'Ik weet niet of ik geluk had', begint Pedersen in het flash interview, nadat de interviewer opperde dat het misschien wat gelukkig was dat hij in de finale nog zoveel teamgenoten had. 'Ik denk dat ik gewoon best een goed team heb. Maar het was zeker een hele harde finale. Op de klim met nog vier à vijf kilometer te gaan, toen Uno-X de koers heel hard maakte, had ik Amanuel (Ghebreigzabhier, red.) om er een heel hard tempo op te leggen. Toen konden we het gat weer dichten, en wilde niemand meer aanvallen. Naar beneden was het gewoon vol gas, en deden Quinn (Simmons, red.) en Alex (Kirsch, red.) een perfecte lead-out', kijkt de Deen vol blijdschap naar zijn team.
Met Kirsch, die thuisrijder is in deze
Ronde van Luxemburg, heeft Pedersen een man bij zich die de wegen goed kent. 'Elke dag zegt hij bijvoorbeeld dat een weg heel smal is waardoor we vooraan moeten zitten. Dat is heel belangrijk om te weten, maar over het algemeen is hij over het hele seizoen al heel belangrijk voor mij. Een finale als deze is niet hetzelfde als hij er niet is.'
Wat staat er voor Pedersen in de rest van het week op het programma? Teamgenoot Mattias Skjelmose
viel immers in de tweede etappe uit na een valpartij. 'Het plan was om voor het klassement te gaan met Skjelmose, maar die zijn we vandaag kwijtgeraakt. We gaan hier nu in ieder geval weg met een etappezege, dus dat is oké. Uiteraard willen we meer. Morgen ligt mij niet heel goed, maar het zou Quinn goed moeten liggen. Hij is ook in hele goede vorm, dus we zullen hem morgen naar iets moois proberen te brengen', sluit de voormalig wereldkampioen af.