Het wekte geen vertrouwen: de afwezigheid van de
ploegmaats van
Remco Evenepoel in
de finale van de vierde etappe in de Giro d’Italia.
Klimmers Ilan Van Wilder, Jan Hirt en Louis Vervaeke konden niet mee op de
laatste klim. Volgens Soudal-Quick Step-ploegleider Klaas Lodewyck is het geen
reden tot zorg.
‘Dat komt ook door de start. Het ging op en af. We wisten de start te
controleren, maar uiteindelijk zagen we wel dat er weinig ging gebeuren. We
hebben de jongens dan ook korte beurten laten doen, om dan op kant te gaan. Ze
kwamen daarna rustig binnen. We maken ons alleszins geen zorgen’, vertelt
Lodewyck aan
VTM.
Waar je mogelijk
wat bezorgdheid over het presteren van de ploeg had verwacht, is Lodewyck juist
zeer tevreden over hoe de etappe is verlopen. Dat zit hem vooral in het afstaan
van de roze trui, die Evenepoel afstond aan Andreas Leknessund. ‘Er moest
iemand in de kopgroep zitten die zowel de roze als witte trui kon
overnemen. Andreas Leknessund was dan ook de
perfecte man.’
Lodewyck ziet de voordelen van geen roze en wit
‘Nu hoeft Remco ook niet meer naar
het podium om de witte trui op te halen. We slaan twee vliegen in één klap. Het
scheelt toch zo’n anderhalve dag aan rust als je niet dagelijks twee uur kwijt
bent aan plichtplegingen’, legt Lodewyck de positieve gevolgen van het
verliezen van de truien uit. Evenepoel staat na de vierde etappe tweede in het
klassement op 28 seconden van Leknessund.