Het
promotie en degradatie-systeem van de
WorldTour houdt de gemoederen in het
peloton al het hele seizoen bezig. Ploegen in de gevarenzone stellen hun
sterkste renners steeds meer op in kleinere koersen, waar ze gek genoeg
makkelijker meer punten kunnen scoren dan in de WorldTour. Hoewel
Wout van Aert
voorstander is van een promotie en degradatie-systeem, vindt hij de huidige
opzet een ‘beetje tegenstrijdig.’
Aan
het eind van het seizoen krijgen de eerste achttien ploegen op de UCI Ranking een
WorldTour-licentie voor de komende drie jaar toegewezen. Daarmee hebben deze
ploegen automatisch startrecht in de grootste wedstrijden. De teams kunnen
zowel in de
WorldTour-koersen als in kleinere UCI-koersen punten behalen voor
de UCI Ranking, maar vreemd genoeg is het voor ploegen interessanter om hun
sterkste renners in kleinere koersen op te stellen. Ze kunnen daar namelijk
makkelijker (lees: minder concurrentie) veel punten halen dan in de WorldTour-wedstrijden.
Ook zijn er in lagere categorie koersen relatief veel punten te behalen in
vergelijking met WorldTour-koersen. Zo
skipte Arkéa-Samsic de Giro d'Italia om in kleinere wedstrijden te scoren.
Zo ontstaat
de situatie dat de sterkste renners van ploegen in de gevarenzone koersen
rijden waar ze de grootste kans hebben om te winnen, wat afbreuk doet aan het deelnemersveld
van de grotere koersen. ‘Het is een beetje tegenstrijdig’, antwoordt Van Aert als
hij naar het systeem gevraagd wordt. ‘Ik vind het zonde dat ploegen niet met
hun sterkste renners naar een koers als de Dauphiné komen, omdat ze genoodzaakt
zijn om hun kopmannen naar eendagskoersen te sturen’, vervolgt hij tegenover
Velonews.
Van Aert: 'Ze moeten puntenverdeling heroverwegen'
Van
Aert heeft alle begrip voor de keuze die de ploegen maken. ‘Ik begrijp het helemaal;
het hoort namelijk bij het huidige systeem.’ Hij ziet dan ook graag een
verandering, met name wat betreft de te behalen punten. ‘Ze (de UCI, red.)
moeten heroverwegen hoe ze punten verdelen over de verschillende wedstrijden,
want nu geeft het systeem de prikkel om kleinere koersen te rijden. Je ziet het
aan de startlijsten van sommige koersen. Verder is het overduidelijk dat het
aantal punten in sommige koersen te veel is in vergelijking met andere
wedstrijden’, besluit Van Aert.