Na 33 jaar kan Nederland weer een wereldkampioen krijgen. Er staat een ijzersterke selectie, maar toch zijn ze er allemaal van overtuigd niet de favoriet te zijn. Geen springveren, zo luidt de reden. Maar misschien praten de Nederlanders zich wel expres in die rol, want er liggen zeker mogelijkheden, erkennen ze.
Alle renners zeggen hetzelfde: ‘In de breedte zijn we sterk, maar hebben niet de topfavoriet.’ Dit komt vooral door de slotklim, die gruwelijk steil is. ‘Het is duidelijk dat we het slim moeten spelen en niet moeten afwachten tot de slotklim’, zegt
Bauke Mollema tegen
De Telegraaf. ‘Misschien moeten wij halverwege de wedstrijd al heel hard maken. Niet iedereen heeft zoveel klimvermogen als wij.’
Wout Poels is de enige die nog wel op de slotklim durft te vertrouwen. ‘Ik houd er wel van. Als ik in vorm ben, ben ik wel zo’n puncher. Dat heb ik in de Tour of Britain wel bewezen. Dat ik Alaphilippe daar heb geklopt, geeft me nu wel vertrouwen.’
Tom Dumoulin heeft vertrouwen, ondanks dat hij zich slecht voelde in de tijdrit. ‘Ik hou het erop dat dat een mindere dag was. In de wegwedstrijd is alles mogelijk, want eigenlijk voel ik me helemaal niet slecht.’
Wilco Kelderman heeft niet al te veel vertrouwen in een Nederlandse wereldkampioen. ‘Om de regenboogtrui mee naar Nederland te nemen wordt moeilijk. We zullen geluk moeten hebben. Het wordt belangrijk om de koers hard te maken, zodat we misschien een overtalsituatie creëren. Als je het duel met de springveren aan wil gaan, maak je weinig kans.’ ((foto: Cor Vos/Team Sunweb)