Opeens zat hij daar: Wout van Aert tussen Peter Sagan en Michal Kwiatkowski in, op het perspraatje in aanloop naar Strade Bianche. Het is een signaal: de mensen houden serieus rekening met de wereldkampioen veldrijden, die samen met enkele tientallen andere renners 67 kilometer over modderige grindpaden moet ploeteren in de Italiaanse klassieker. ‘Ik was nog zenuwachtiger voor de persconferentie dan voor de koers’, verzucht Van Aert tegenover Het Nieuwsblad. ‘Ik zag ze denken: wat komt die hier doen? Bij Sagan merkte je dat ook wel. Toen ik werd voorgesteld als drievoudig wereldkampioen kon je ‘jaja, dat zal wel’ van zijn gezicht aflezen. Maar ze waren best vriendelijk. Kwiatkowski was heel geïnteresseerd in de cross’, vertelt Van Aert.
‘Het is een droom om hier te mogen meedoen’, vervolgt de Belg, die hoopt op een mooie klassering. ‘Het zou raar zijn om hier opeens te winnen. Ik ben al blij als ik meezit in de finale en top tien rijdt.’ Sagan lijkt er niet zo in te geloven. ‘We zien wel, alles is mogelijk, hij heeft een kans. Er zijn al veel sterke veldrijders naar de weg gekomen. Of het lukt zal dit seizoen duidelijk worden. Ervaring is ook voor Woet belangrijk. De WorldTour is wel iets anders.’