Zoals elk jaar gaan er ook in 2021 nieuwe talenten, jong of als laatbloeier, de overstap naar de top van het wielrennen wagen. Sommigen zullen slagen en eeuwige wielerglorie vergaren, anderen zullen misschien ambities bij moeten stellen en zich in een dienende rol moeten plaatsen en een paar zijn na een jaar al weer weg.
In de Leiderstrui brengt met regelmaat een nieuw gezicht in beeld en gaat dieper in op de resultaten, kenmerken en verwachtingen van de renner. Vandaag:
David Dekker van Jumbo-Visma.
| Naam | David Dekker |
| Nationaliteit | Nederlands |
| Leeftijd | 23 (02-02-1998) |
| Specialiteit | Sprinten, kasseienklassiekers |
| Ploeg | Jumbo-Visma |
| Vorige ploeg | SEG Racing Academy |
| Belangrijkste resultaten | Ster van Zwolle 2020, Dorpenomloop Rucphen 2020, derde Le Samyn 2020 |
Sprinten in de
Giro d'Italia, dokkeren over de kasseiheuvels van Vlaanderen
en misschien zelfs razen over de helse keien van Roubaix. Voor menig neoprof
zou het droom zijn, maar voor
David Dekker is het de realiteit en het begin van
een wielercarrière vol dromen.
In de Leiderstrui sprak met de talentvolle
Nederlandse wielrenner onder andere over zijn ontwikkeling, keuze voor
Jumbo-Visma en zijn ambities.
Met ex-renner en viervoudig
ritwinnaar in de Tour de France, Erik Dekker, als vader is het niet
verbazingwekkend dat David het tot profrenner heeft geschopt. Toch speelde de
wielerachtergrond van zijn vader geen doorslaggevende rol in zijn keuze om te
gaan wielrennen. ‘Ik ben vooral uit
eigen interesse begonnen met wielrennen. Aanvankelijk was ik samen met mijn
broer helemaal bezeten van voetballen.’
Dekker over rol vader: 'Hebben het over abstractere dingen'
Op een speelse
en, voor menigeen, herkenbare wijze kwam daar langzaamaan verandering in. ‘Mijn
broer en ik deden meestal een wedstrijdje als we naar school fietsten. Dat
werd meer en meer, en op een gegeven moment kwam het punt dat mijn ouders zeiden: 'Zullen we niet eens een keer bij een training van de wielervereniging in de
buurt kijken?' Toen hadden we ondertussen wel een racefietsje, om te kijken of we
wielrennen daadwerkelijk ook leuk vonden. Het is toen langzaam vanzelf gekomen,
het is niet dat het gepusht is of zo. Het was vooral op eigen initiatief.’
Wel blijft het
voor David een luxe om een ex-renner als vader te hebben. Is het niet voor
vragen, dan wel voor een relaxte babbel. ‘We hebben het wel veel over
wielrennen, in het algemeen of over mij. We gaan een stukje fietsen of we
zitten in de auto en dan komt een bepaald onderwerp ter sprake, of ik heb een
vraag. Aan de hand daarvan leer ik wel bepaalde dingen. Hij gaat mij echter
niet vertellen van training dit of voeding dat. Het gaat meer over wat
abstractere dingen, zoals hoe je je carrière moet zien en het plannen van je
leven als wielrenner.’
Dekker: 'Ik haatte het trainen'
Waar het
fietsen voor Dekker in de beginjaren logischerwijs vooral om het plezier ging,
werd het vanaf de nieuwelingen serieuzer. Dat betekende ook meer trainen, maar
dat sprak hem destijds nog niet aan. ‘Ik haatte het trainen en zag het nut er
niet altijd van in’, herinnert Dekker zich lachend.
Zijn vader
probeerde in het begin zijn zoon wel te stimuleren. ‘Dan was het een hartstikke
mooie dag en had ik geen zin om te gaan trainen. En dan zei mijn vader: 'Zou
je niet een keer trainen of zo.' Ik was dan wat dwars en dacht: nu ga ik zeker
niet fietsen. Toen heeft hij langzaam ingezien dat dit niet de manier was.’
‘Uiteindelijk
ben ik als tweedejaars junior begonnen te werken met een trainer en sindsdien
heeft hij zich ook niet meer met de trainingen bemoeid. Wel gevraagd naar wat
ik dan deed, maar niet gaan zeggen van dat doe je fout of zou je het juist niet
op die manier gaan doen. Hij is op dat vlak altijd op de achtergrond gebleven.’
Tegenwoordig
traint Dekker met veel plezier. ‘Je wilt op een gegeven moment toch presteren
en beter worden. De makkelijkste stap is dan om meer of beter te gaan trainen.
Over de jaren heen is de zin om te gaan trainen alleen maar meer en meer
geworden.’ Waar hij eerst tegen een lange duurrit op zag, geniet hij er nu met
volle teugen van. ‘Recent ging ik met enkele ploeggenoten in Spanje zeven uur
trainen en dat vond ik hartstikke leuk, met mooi weer, mooie omgeving en een
leuke groep.’
(Foto: Martin Hols / Jumbo-Visma)
Dekker zet reuzenstappen: ‘Op een veel hoger niveau’
Dekker stak
zijn neus voor het eerst nadrukkelijk aan het venster toen hij namens Metec in
2019 naar de Nederlands titel bij de beloften spurtte. Het kwam als een
bevestiging na een moeilijk eerste jaar (2018) bij de Nederlandse continentale
ploeg. ‘Bij Metec maakte ik in 2019 ten opzichte van 2018 een hele grote
sprong. En afgelopen winter heb ik dat nog een keer gedaan maar dan op een veel
hoger niveau.’
Dat had onder
andere te maken met zijn overstap naar SEG Racing Academy. ‘Bij SEG zit ongelofelijk
veel professionele begeleiding, zoals met de trainers en Aike Visbeek (vorig
jaar werkzaam bij SEG, red.), maar ook op gebied van voeding. Dat heeft me
allemaal heel erg geholpen. Zelf was ik echter ook bereid om meer te gaan doen,
te laten en werd ik meer geïnteresseerd in het idee achter de trainingen.’
Dekker op stoom voor corona: 'Ik zou die dag zo weer willen beleven'
Het resulteerde
in een kanonstart van Dekker in 2020. Zo won hij de Nederlandse 1.2 koersen de
Ster van Zwolle en de Dorpenomloop Rucphen. In de eerste troefde hij na een
barre koers zijn huidig ploeggenoot, en sprinttalent, Olav Kooij af en in de
andere won hij op eveneens straffe wijze de massasprint. Als klap op de
vuurpijl werd Dekker ook nog eens derde tussen de profs in Le Samyn, een koers
die, door de kasseien en zware weersomstandigheden, altijd uitloopt op een ware
slijtageslag.
Vooral aan de
Le Samyn bewaart Dekker mooie herinneringen. ‘Ik zou die dag zo weer willen
beleven in koers. Gewoon omdat ik het zo vet vind dat ik daar van start tot
finish voorin de koers zit. En continu de koers meemaak, in plaats van dat ik
alleen maar probeer te volgen in positie vijftien.’
David Dekker (rechts op de foto) op het podium van Le Samyn. (Foto: Sirotti, 2020) Dekker kiest voor sprintervaring van Jumbo-Visma: 'Ze weten hoe het moet'
Met Dekker wil
je als concurrent dus het liefst niet naar de meet en ook na een zware tocht
ben je niet zomaar van hem af. Een renner die in meerdere type wedstrijden kan
winnen, dus was hij interessant voor vele ploegen, waaronder Jumbo-Visma,
die de strijd om de handtekening van de jonge Nederlander wist te winnen. Voor
Dekker was het vanwege talrijke redenen een gemakkelijke beslissing.
‘Jumbo-Visma
heeft de laatste twee jaar laten zien de beste of één van de beste ploegen in
de WorldTour te zijn.’ Verder wijst Dekker ook naar de uitmuntende prestaties
van Wout van Aert en de ‘indrukwekkende Tourploeg’ van afgelopen seizoen. Het
belangrijkste is echter dat de ploeg met Dylan Groenewegen heeft bewezen een
talentvolle sprinter naar de absolute wereldtop te kunnen brengen.
‘Het is dus
niet bij wijze van spreken: dat ze Groenewegen hadden overgenomen van
Quick-Step en dat hij toen al een topsalaris verdiende’, schetst Dekker een
werkwijze die meestal door rijkere ploegen wordt gehanteerd.
Dekker wil leren van Groenewegen
‘De ploeg heeft
echter een topsprinter van hem gemaakt’, vervolgt Dekker. ‘Dat gaf voor mij de
doorslag dat ze weten hoe het moet. En bovendien tonen ze in mij ook heel veel
vertrouwen en hebben ze hetzelfde idee als ik over wat voor renner ik ben. Dat
is voor mij minstens zo belangrijk als die andere punten.’
Dekker kijkt
alvast uit naar de samenwerking met Groenewegen, met wie hij later dit seizoen
enkele koersen zal rijden. ‘Ik denk dat ik veel kan leren van hoe hij de
voorbereiding doet van een wedstrijd, wat betreft het parcours en waar hij dan
rekening mee houdt. Maar ook bijvoorbeeld van hoe hij een sprint timet en hoe
hij communiceert met de lead-out in de laatste vijf kilometer.’
(Foto: Martin Hols / Jumbo-Visma)
'Je ziet meer jonge renners sprints winnen dan klassiekers'
- David Dekker Het mag
duidelijk zijn dat zowel Dekker als de ploeg in eerste instantie inzetten op de
sprint en niet de klassiekers. ‘Je ziet meer
jonge renners sprints winnen dan klassiekers. Een 23-jarige jongen wint niet
zomaar een klassieker. Tenzij je Mathieu (Van der Poel, red.) of Wout (Van
Aert, red.) bent. Bij het sprinten is die stap makkelijker te maken, als je er
de capaciteiten voor hebt. Bij klassiekers speelt de ervaring en inhoud, die je
door de jaren heen opbouwt, een veel belangrijkere rol’, legt Dekker haarfijn
uit.
Desondanks
noemt de sprinter Dekker in eerste instantie de klassieker Milaan-Sanremo als
mooiste koers om ooit te winnen. Zeker niet vreemd, want laat dat nou net het
monument zijn waar sprinters écht een kans maken. ‘Ik vind Milaan-Sanremo een
hele mooie klassieker, met name omdat het zo lastig is om daar te winnen. Een
wedstrijd winnen is al niet niks, maar in Sanremo kunnen veel type renners winnen. Vooral
als sprinter is het een grote uitdaging om te sprinten voor de overwinning en
niet voor plek tien.’
'Parijs-Roubaix
de mooiste koers om te winnen'
Toch kan één dag
niet op het wensenlijstje van een sprinter ontbreken. Die dag dat het Tourpeloton
na drie loodzware weken het einde écht in zicht heeft. ‘De Champs Élysées, dat
is dé droom van elke sprinter.’ Of is er nóg iets beters? ‘Of natuurlijk de
eerste rit in de Tour, dat is natuurlijk ook heel erg vet’, schiet Dekker
lachend alsnog iets mooiers te binnen.
(Foto: Bram Berkien / Jumbo-Visma)
Waar de sprint
voor nu voorrang krijgt bij Dekker, heeft hij de klassiekers, en dan met name
de kasseienklassiekers, zeker niet uit het oog verloren. ‘De klassiekers heb ik
altijd heel leuk gevonden en vind ik nog altijd supermooi.
Parijs-Roubaix vind
ik de allermooiste koers ter wereld om te winnen’, aldus Dekker.
Dekker: 'Hoe is dat in godsnaam mogelijk?'
‘Ik heb in 2018
de beloftekoers mogen rijden. Ik was daar nog nooit geweest en het was de eerste
keer dat ik op die stroken reed. Toen kwam ik erachter wat voor vreselijke
koers het is, qua kasseien’, vertelt Dekker gekscherend. Toen ik eroverheen
reed, dacht ik echt: als je op televisie kijkt, zie je die mannen de laatste
dertig kilometer eroverheen vliegen en aanvallen. Hoe is dat in godsnaam
mogelijk?’
De finish van
de ‘Hel’ maakt het plaatje voor Dekker echter volledig compleet. ‘Het is een
van de weinige plekken in het wielrennen waar je een beetje een arena-gevoel
van krijgt. Dat het dan ook zo’n ouderwetse wielerbaan is, maakt het mythische
aan de koers alleen maar groter.’ Er bestaat een mogelijkheid dat Dekker dit
jaar al in Roubaix start, maar daar dient
door de ploeg nog een definitief besluit over te worden genomen.
Mogelijk is David Dekker aanwezig bij de laatste koers (Parijs-Roubaix) van Maarten Wynants (rechts op de foto). (Foto: Martin Hols / Jumbo-Visma) Wereldtop wacht in UAE: 'Dat vind ik echt vet'
Het is echter
eerst sprinten geblazen voor Dekker en dat gelijk in de UAE Tour, waar hij de
degens mag kruisen met sprintkleppers als Caleb Ewan, Sam Bennett, Fernando
Gaviria, Pascal Ackermann en Elia Viviani. Dat is waar Dekker het uiteindelijk
allemaal voor doet. ‘Dat vind ik echt vet. Uiteindelijk vind ik tegen de
wereldtop koersen het mooiste wat er is. Of ik nou de nummer vijf van de wereld
ben of nummer tweehonderd.’
Daarnaast is de
koers in het Midden-Oosten de ideale graadmeter voor Dekker om te zien waar hij
na de winterperiode staat. ‘Afgelopen winter lag de focus vooral op het
ontwikkelen van meer inhoud, een grotere motor. Met als doel om frisser aan de
sprint te beginnen. Het verval tussen wat ik na vier, vijf uur koers trapte en
fris tijdens de training kon sprinten, was afgelopen jaar behoorlijk groot. We
zijn vooral bezig geweest om dat verval veel minder te maken.’
(Foto: Martin Hols / Jumbo-Visma)
'Kwam als donderslag bij heldere hemel'
- David Dekker over Giro-deelnameIn de maand mei
volgt voor Dekker met de Giro d’Italia het hoogtepunt van het jaar. ‘Het kwam
als donderslag bij heldere hemel. ‘Ik mag daar mijn eigen kans gaan in de
sprints’, vertelt Dekker enthousiast over zijn selectie.
Het is een
kwestie van niets moet en alles mag. ‘Druk voel ik niet echt. De ploeg
communiceert ook dat het doel is om ervaring op te doen. Er is denk ik geen
betere plek om ervaring op te doen in massasprints dan in een grote ronde. Ik
weet verder echt niet wat ik er van kan verwachten. Het gaat er vooral om
dat ik dingen leer, die mij helpen om volgende sprints nog beter aan te pakken,
zoals anticiperen, keuzes maken en de samenwerking met de ploeg.’
(Foto: Martin Hols / Jumbo-Visma)
Wat voor sprinter is Dekker? 'Heb nu al dat soort gedachtes'
Dit jaar zal
alvast veel duidelijk maken over wat voor type sprinter Dekker is of zal
worden. Een type Peter Sagan of Mads Pedersen die na een zware koers de rest
overhoop sprint of een spurtbom voor de vlakke ritten. ‘Ik ben vooralsnog meer
een type dat baat heeft bij een zware koers onderweg. Ik ben daarom juist nu
meer bezig met de sprints van de UAE Tour. Daar vind je geen heuvel onderweg,
de wegen zijn breed en rechtdoor. Een parcours geschikter voor massasprints op
topsnelheid ga je niet krijgen. Ik denk dat ik in dat type sprints nog de
meeste progressie kan maken.’
In de Giro
wacht Dekker dan weer het omgekeerde. ‘Het heet dan vlak, maar is toch niet
vlak’, lacht hij. ‘Daar ben ik ook benieuwd naar’, vervolgt hij op serieuzere
toon. ‘Ik heb nu al van dat soort gedachtes: ga ik inderdaad in verhouding
beter sprinten als het een beetje omhoog gaat en als er harder gekoerst wordt.
Het zijn allemaal vragen waar zowel Dekker als de wielervolgers de komende
maanden meer duidelijkheid over zullen verkrijgen. Eén ding staat vast, de
toekomst van het Nederlandse wielrennen in de sprints en klassiekers ziet er
met Dekker in het profpeloton een stuk mooier uit.
Voorlopig
programma Dekker 2021
| 21-02/27-02 | UAE Tour |
| Begin, midden maart | Hoogtestage |
| 24-03 | Oxyclean Classic Brugge-De Panne |
| 26-03 | E3 Saxo Bank Classic |
| 31-03 | Dwars door Vlaanderen |
| 04-04 | Ronde van Vlaanderen |
| 11-04 | Reserve Parijs-Roubiax |
| 08-05/30-05 | Giro d'Italia |
Wilbert van der Velde (
[email protected])