Jakob Fuglsang richt zich in 2021 op de Ardennenklassiekers
en de Olympische Spelen. In tegenstelling tot de voorgaande jaren heeft hij dit
jaar geen klassementsambities. Zijn ploeggenoot Aleksandr Vlasov zal
daarentegen als kopman van start gaan in de Giro d’Italia. Dat vertelden de
twee renners van Astana-Premier Tech tijdens een online persmoment aan onder
meer In de Leiderstrui.
Het komende wielerjaar van Fuglsang zal dus in het teken staan
van de Ardennenklassiekers en de Olympische Spelen. Vormen de Spelen misschien
wel het grootste doel in zijn carrière? ‘Dat weet ik niet, maar na de Spelen in
Rio (tweede plek in 2016, red.) krijg ik nu wel de kans op zilver om te zetten
in goud. Het parcours in Tokio ligt me goed, dus voor dit jaar is het mijn
grootste doel’, laat hij weten.
Daarnaast hoopt hij ook de Ronde van Vlaanderen te kunnen
rijden. ‘Ik heb al twee Monumenten gewonnen (Luik-Bastenaken-Luik in 2019,
Ronde van Lombardije in 2020, red.). Als ik daar een derde aan wil toevoegen, denk ik
dat Vlaanderen een optie zou kunnen zijn. Ik denk dat het een wedstrijd is die
me goed moet liggen, maar het heeft geen prioriteit. De intentie is om gewoon
goed te zijn en ervan te leren.’ Waar Fuglsang ook goed hoopt te zijn, is in de
Ronde van Zwitserland. ‘Ik hoop een goede Tour de Suisse te kunnen
rijden, puur vanwege het feit dat ik eerder al tweede, derde en vierde werd.’
Lees verder onder de video.
Fuglsang wint de Ronde van Lombardije in 2020
Fuglsang verkiest etappezege boven klassement
Tevens gaat de Deen van start in de Tour de France, maar
klassementsambities heeft hij niet. ‘Ik wil de Tour gebruiken om in topvorm te
raken voor de Olympische Spelen. Mijn focus ligt dan op het behalen van
etappezeges’, vertelt Fuglsang, die voorgaande jaren juist wél voor het klassement
reed. Zijn programma na de Spelen is nog niet bekend. ‘Misschien dat ik nog
naar de Vuelta ga, maar ik denk van niet', zo klinkt het. De Giro d’Italia laat hij sowieso
schieten.
In de Giro van 2020 eindigde hij nog als zesde in het
eindklassement. Had er wellicht nog meer voor hem ingezeten dan een zesde plek?
‘Uiteindelijk denk ik dat ik wel beter had gekund, maar
als je voor het klassement gaat, laat je wel een hoop mogelijkheden liggen. Ik
weet niet of het wat uit had gemaakt als ik vijfde of vierde zou zijn geworden.
Dan zou ik misschien liever een bergtrui of een etappe willen winnen.’
Daarom gooit hij het in 2021 over een andere boeg. ‘Ik ben
blij dat ik de mogelijkheid krijg om elke dag vrijuit te mogen racen. Ik hoef
niet zuinig te rijden en hoef niet aan morgen te denken. In de Vuelta van 2019
koerste ik ook al eens op die wijze en wist ik gelijk een etappe te winnen. Ik
hoop op iets soortgelijks in de Tour en kijk ernaar uit om op die manier te
kunnen koersen.’
Daarbij put Fuglsang ook motivatie uit de koerswijze van
andere ploegen. ‘We hebben geen team zoals dat van INEOS, maar ik denk dat we
veel kunnen leren van de wijze waarop een ploeg als Team Sunweb het afgelopen
jaar in de Tour reed. Ze behaalden drie etappeoverwinningen, rijdend zonder
kopman. Het is dus mogelijk om succes te hebben in een grote ronde zonder voor
het klassement te gaan.’
'Soms moet je veranderen'
- Jakob Fuglsang over zijn nieuwe rol
Toch sluit Fuglsang niet uit dat hij in de toekomst opnieuw
voor het klassement zal gaan rijden. ‘Het is niet dat het over is. Misschien
doe ik dat in de toekomst wel weer, bijvoorbeeld in de kleinere etappekoersen. Maar
eerst wil ik dit uitproberen. Soms moet je veranderen.’
Als 35-jarige renner is Fuglsang niet meer de jongste in het
peloton. In de Leiderstrui vroeg hem welke wedstrijden hij nog hoopt te winnen
in zijn carrière. ‘Zoveel mogelijk!’, antwoordt hij lachend. ‘De Strade Bianche
is een wedstrijd waar ik echt van hou, dus die zou ik dan ook graag winnen.
Datzelfde geldt voor de Ronde van Vlaanderen, een van de mooiste
eendagswedstrijden, die zowel door klimmers als kasseienspecialisten gewonnen kan worden.'
'De Ronde van Zwitserland zou ook mooi zijn om toe te voegen, want daarin heb ik
alles behalve de overwinning behaald', droomt hij verder. 'Het WK zou ik ook graag winnen, maar
daarvan ligt het parcours me niet elk jaar. We zullen zien hoe het gaat. Ik heb
geen vijftien jaren meer te gaan, dus ik moet pakken wat ik pakken kan.’
Vlasov, een interessante jongen om te volgen
Wie wel grote klassementsambities heeft, is zijn 24-jarige ploeggenoot
Vlasov. 2020 was een mooi jaar voor de Rus. Zo werd hij onder meer vijfde in Tirreno-Adriatico, derde in de Ronde van Lombardije en won hij op de Mont Ventoux. In 2021 maakt hij zijn opwachting als kopman in de Giro
d’Italia. ‘Hij heeft een super seizoen gehad. Het is een groot talent met een
hele grote motor. Maar hij zal ook verantwoordelijkheden krijgen de komende
jaren. Het is een interessante jongen om te volgen, een van onze grote mannen
in de Giro’, aldus Fuglsang.
Kan Vlasov
misschien wel een grote ronde gaan winnen? ‘In de toekomst: waarom niet? Ik
denk dat het dit jaar nog wat vroeg is, maar in de toekomst denk ik dat hij in
staat is om te winnen. Het is een goede klimmer en hij kan ook goed tijdrijden.
Ik weet dat hij een hele sterke renner is.'
Ook sprak In de Leiderstrui kort met Vlasov zelf, die dus hoge ogen hoopt
te kunnen gooien in Italië. Waar acht hij zichzelf toe in staat? ‘Natuurlijk wil ik
winnen, maar we moeten kijken hoe ik me dan voel. Het doel is winnen of op zijn minst een podiumplek,
maar in drie weken koers kan er van alles gebeuren.’ Wie hem zullen bijstaan in
de Giro, is nog niet bekend, zo komt naar voren als In de Leiderstrui daarnaar
vraagt. ‘Maar ik geloof erin dat we een sterk team zullen hebben in de Giro’,
vertelt hij stellig. Naast de Giro is Parijs-Nice een belangrijk doel voor de
Rus. ‘Dat zal een grote test worden.’
'Ik denk dat ik nu een belangrijkere renner in het peloton ben'
- Aleksandr Vlasov
Na zijn succesvolle seizoen 2020 ziet Vlasov in dat hij
niet langer anoniem in het peloton zal kunnen rondrijden. ‘Het zal anders
worden, want ik denk dat ik nu een belangrijkere renner in het peloton ben.
Maar als je de benen hebt, kun je winnen. Dat zou niet uit moeten maken.’ Ook
zijn concurrenten zullen het hem niet makkelijk maken. ‘Er rijden veel sterke
renners in het peloton rond, zoals renners Tadej Pogacar en Egan Bernal. Jonge,
sterke mannen dus.'