Egan Bernal is blij met de manier waarop hij heeft gereden in de afgelopen Tour de France. In gesprek met VeloNews bewaart hij vooral goede herinneringen aan de twaalfde etappe naar de Alpe d'Huez. Bernal was voor de rustdag gevallen op de kasseien en startte dus flink gebutst in de tweede week. Toch kon hij op de derde dag al een heldenrol vervullen. 'Ik was geblesseerd aan mijn hand, dus kon niet goed eten en drinken op de fiets. Dat voelde ik, nog niet zozeer in de tiende etappe, maar wel in de elfde op een zwaar parcours.'
In de twaalfde etappe kwam hij erdoor en leidde hij de klassementsmannen naar boven op de Alpe d'Huez. Steven Kruijswijk werd na een aanval van zeventig kilometer de dupe van het enorme tempo van de Colombiaan. 'Ik dacht aan niets anders dan de volgende kilometer en de volgende bocht. Ik focuste me op wat ik moest doen: Het tempo hoog houden, zodat iedereen het zou voelen en kon aanvallen. Op zo'n moment gaat je verstand op nul en denk je aan niets anders meer', aldus Bernal.
'Ik hoorde over de radio dat de groep uit vijftien renners bestond. Toen werden het er tien, toen acht en uiteindelijk bleven de beste mannen over. Ik probeerde super geconcentreerd te blijven. Toen ik boven kwam, was ik blij met hoe het was gegaan', vervolgt de jongeling. 'Je voelt je onderdeel van een overwinning als je zo hard gewerkt hebt tijdens de klim. Op kop rijden van de groep favorieten op de Alpe d'Huez, dat is een ander soort plezier.' (foto: Team Sky)