Denise Betsema greep zaterdag naast de overwinning in Boom.
Na een
boeiend duel werd ze verslagen door Aniek van Alphen. ‘Aniek is wel een
hele mooie winnares, maar ik had natuurlijk liever zelf gewonnen.’
Met nog ruim twee rondes te gaan werd Betsema bijgehaald
door Van Alphen, die ook meteen bij haar wegreed. Dat had volgens Betsema niet
zozeer met de benen te maken. ‘Ik had daar een zachte tube, dus dat was balen.’
Betsema herstelde zich echter en keerde terug bij Van Alphen, waarna de aanloop
naar de laatste keer zandbak beslissend bleek. ‘Ik wist dat degene die als
eerste zou beginnen een grote kans had om te winnen. Ik zette alles op alles,
maar verloor omdat ik de balkjes niet springend kon nemen.’
Hoewel Betsema in tweede positie aan de sprint begon, kwam
ze nog vrij dichtbij. ‘Ik had eigenlijk in mijn hoofd dat de finish net iets
verder lag. Daar verkeek ik me op, want de aankomst lag al vrij snel na de
bocht. Ik kwam gewoon tekort. Aniek is wel een hele mooie winnares, maar ik had
natuurlijk liever zelf gewonnen.’
De lekke band kwam voor Betsema op een slecht moment. Brak
de achtervolging haar op het einde op? ‘Misschien wel, maar je wil ook niet het
risico nemen om niet meer terug te komen. Dus het is dan simpelweg gokken en
hopen dat je voldoende over hebt. Dat leek ook even zo, want ik voelde me nog goed
op het eind, maar dan red ik het helaas niet richting de zandbak. Ik baal er
heel erg van, maar aan de andere kant sta ik nu wel aan de leiding in de
Superprestige’, besluit Betsema het flashinterview.