Aniek van Alphen verraste zaterdag met de overwinning in de Superprestige van Boom. De Nederlandse kende na een mindere start een geweldige
comeback en rekende in de sprint af met Denise Betsema. ‘De eerste keer dat ik
een tv-cross won was in Lokeren, dat was al meer dan twee jaar geleden. Het werd
dus wel weer eens tijd. Ik ben superblij.’
Van Alphen is bezig aan een constant en sterk crossseizoen.
Na een rits van top tien-plekken lukte het haar zaterdag om een klassementscross
te winnen. ‘Het ging supergoed vandaag. Ik kreeg veel moraal omdat ik steeds rensters
inhaalde’, vertelt een gelukkige Van Alphen in het flashinterview. Uiteindelijk
kwam ze bij Shirin van Anrooij, waarna ze de oversteek maakte naar Betsema, die
op dat moment aan de leiding reed.
De twee vochten daarna een boeiende strijd uit die de ontknoping
kende richting de laatste passage van de zandbak, vlak voor de finish. ‘Ik wist
dat als ik er als eerste doorging, ik de meeste kans had om te winnen’, aldus
Van Alphen, die in eerste positie aan de zandbak begon. Vervolgens begon ze de
sprint en hield ze Betsema succesvol af. ‘Ik ben totaal geen sprinter, gelukkig
Denise ook niet’, jubelt de winnares.
Van Alphen: 'Ik start nooit goed'
Dat Van Alphen Betsema aftroefde richting de zandbak, was
geen vanzelfsprekendheid. ‘Normaal ben ik niet zo van het duwen en trekken en
rem ik te snel. Mijn trainer Camiel (Van den
Bergh, red.) zegt ook vaak: het mag wel wat feller. Ik wist
gewoon dat ik als eerste moest beginnen, als dat niet was gelukt en ik zou tweede
zijn geworden, dan zou ik er spijt van hebben gehad.’
Al met al was de overwinning van Alphen extra indrukwekkend
omdat ze na de start een eind achter lag. ‘Ik start nooit goed. Lucinda (Brand, red.) zat voor mij en die werd
naar de buitenkant gedwongen en raakte een paaltje. Ik zat daar achter en dan
verlies je in één keer zoveel plaatsen. Op zo’n zwaar is het echter best wel
breed en kun je snel opschuiven, maar het is wel vervelend natuurlijk.’