Nog niet zo
heel lang geleden lag de veldritwereld aan de voeten van opkomende talenten Pim
Ronhaar en
Ryan Kamp. De twee werden in één adem genoemd als het ging om de
toekomst van het Nederlandse veldrijden, maar hoe anders is dat slechts één á
anderhalf jaar later. Waar Ronhaar de stap naar de wereldtop heeft gezet in
deze winter, stoeide generatiegenoot en goede vriend Kamp met allerlei
problemen. Nadat een groot deel daarvan recent werd opgelost, hoopt Kamp nu de
route-Ronhaar te volgen, vertelt hij na het NK aan
In de Leiderstrui.
Beide heren schelen een half jaar. Kamp is van 12 december 2000, terwijl
Ronhaar op 20 juli 2001 het levenslicht zag. Bij Pauwels Sauzen-Bingoal reden
ze in 2020 en 2021 samen en ze verdeelden samen de buit. Zo won Kamp in 2021
het EK en Ronhaar het WK bij de beloften. Bij de junioren werden ze allebei
een keer Nederlands kampioen en Kamp ook bij de beloften. Na 2021 koos Ronhaar
echter voor de stap naar Baloise Trek Lions, daar Kamp bij Pauwels Sauzen-Bingoal
bleef. ‘We hebben bij elkaar in de ploeg gezeten, dus we hebben wel een goede
band samen. Dat is natuurlijk wel een beetje verwaterd als je naar verschillende
ploegen gaat. Dan heb je wat minder contact, maar we gunnen elkaar zeker het
licht in de ogen’, vertelt Kamp over.
De geboren
Brabander draait er echter ook niet omheen. Hij vond en vindt het soms best
lastig om te zien dat Ronhaar in de afgelopen maanden de stap naar de
allerbesten bij de elite-categorie maakte. Hij won twee wereldbekers (in
Dendermonde en Dublin) en reed de laatste weken steevast om de podiumplaatsen.
Op het NK vocht Ronhaar om goud en zilver, terwijl Kamp op gepaste afstand als
vierde over de meet kwam. ‘Het is heel knap hoe hij dit jaar rijdt, al is dat
ook wel een bittere pil. Hij krijgt alle aandacht,
tekent een mooi contract en
alles eromheen. Ik gun hem natuurlijk het beste, maar ik weet dat als hij zulke
uitslagen kan rijden, ik dat ook in m’n mars heb. Dat is wel een positieve
gedachte.’
Lees verder onder de foto!
Kamp in de kleuren van Pauwels Sauzen-Bingoal, vorig jaar
Kamp over NK-crashes en steun van broers Roodhooft
Want op het
NK zat Kamp naar eigen zeggen verder weg van het podium dan had gehoeven. ‘Ik viel in de
eerste bocht al, dat was jammer. Ik denk dat ik toen meteen laatste lag, dus
moest ik achtervolgen. Dan weet je al dat het podium er met die drie gasten van
Baloise Trek Lions (Ronhaar, Joris Nieuwenhuis en Lars van der Haar, red.) niet
meer in gaat zitten. Vierde was het hoogst haalbare, en vervolgens val ik in
een bocht met m’n ribben keihard op een paal. Daar had ik serieus last van. Toen
ik net was gevallen, was echt even de lucht uit m’n longen en moest ik echt even
bekomen. De pijn begint nu op te komen, dus dat zal op dat moment wel de
adrenaline zijn geweest, dat ik het verder niet meer zo voelde en toch nog
vierde kon worden.’
Kortom: het
gaat eigenlijk best goed met Kamp, ook al was dat de afgelopen tijd niet per se
terug te zien in de resultaten. Niet zo gek, als je bedenkt dat hij per 1
januari opeens zonder ploeg zat, toen Pauwels Sauzen-Bingoal niet wilde
verlengen. Toen er geen nieuw contract in zat, klopte Kamp aan bij Christoph en
Philip Roodhooft, ploegleiders van
Alpecin-Deceuninck, Crelan-Corendon en CycloCross Reds. Zij kwamen met sponsoren Colnago en Campagnolo over de brug en niet veel later kwam Fenix daar bij. 'In principe
ben ik nu een soort van lid van de Roodhooft-clan. De baas van Fenix wilde mij bovendien graag verder helpen, dus voor dit cross-seizoen is het in ieder geval super
geregeld. In de zomer gaat het nu hoogstwaarschijnlijk de opleidingsploeg van
Alpecin-Deceuninck worden, net als Laurens Sweeck en de rest van de crossers
doen. Dat is allemaal nog niet zeker, maar het ziet er wel goed uit. Ik heb
weer frisse moraal, er zijn mensen die in me geloven en wat vastigheid voor de
toekomst. Dat is wel lekker.’
Lees verder onder de foto!
Kamp op z'n gloednieuwe Colnago
Nieuwe omkadering en nieuwe hoop voor Kamp
Een ideale
voorbereiding voor het NK kende hij desondanks niet. In de week voor de cross
in Hoogeveen presenteerde hij nog zijn sponsoren Fenix en Colnago, waardoor hij
in
een olijf-groen shirt en op een blitse, gouden fiets rondreed. ‘Ik heb
weinig rust gehad de afgelopen dagen en ondanks dat had ik de benen om in ieder
geval Lars (van der Haar, red.) bij te houden. Ik had derde kunnen worden, want
die eerste twee reden wel heel hard. Met nieuwe schoenen, een nieuwe fiets en
nieuwe kleding heb ik alles eruit gehaald wat erin zit, ondanks dat mensen
doorgaans zeggen dat alleen de medailles tellen’, glimlacht Kamp.
Het NK geeft
ook nieuwe hoop voor de komende weken, en vooral volgend seizoen. Want dan wil
Kamp tonen wie hij is, zoals Ronhaar dat deze winter heeft gedaan. ‘Ik denk dat
ik in potentie nog steeds van dezelfde kwaliteit ben, dat ons talent vergelijkbaar is. Als je bijvoorbeeld de laatste
cross van mij bij m’n vorige ploeg in Hulst ziet, dan rijden Pim en ik
eigenlijk dezelfde wedstrijd. Als ik al dat gesodemieter niet heb, met al die
dingen en stress eromheen, dan zou het nog beter gaan dan nu. Want zelfs nu
merk ik dat ik al een stap heb gezet. Het is het seizoen uitdoen en dan volgend
jaar de pijlen laden. Ik heb het in me om me te meten met die mannen van
Baloise Trek Lions. Ik rijd op trainingen echt hard en iedereen zegt dat ik
stappen heb gemaakt. Maar door omstandigheden en de druk is het er niet honderd
procent uitgekomen. Dat is lastig, maar het gaat in ieder geval alweer beter.’