Laurens Sweeck deed zondag met een tweede plek in de
Wereldbeker van Dublin goede zaken voor het klassement. De Belg
finishte als tweede achter zijn landgenoot Wout van Aert. In de Wereldbeker liep Sweeck uit
naar een voorsprong van 17 punten op Eli Iserbyt.
‘Ik wisselde goede momenten met slechte af’, begint Sweeck
het flashinterview. ‘Op het einde – toen Wout aanviel – had ik een goed
moment en had ik wat over, maar het bleek erg lastig’, spreekt de crosser over
het kloppen van Van Aert. Het parcours in Dublin lag er modderig bij, wat voor
een loodzware cross zorgde. ‘Het was erg slipperig en het werd steeds slechter.
Het was vooral een kwestie van proberen overeind te blijven en zoveel mogelijk
power te leveren’, aldus Sweeck.
Gedurende de cross bleken een man of zes erg gewaagd aan
elkaar. ‘Er hebben veel verschillende renners op kop gereden. De posities
wisselden voortdurend en dat bracht de nodige spanning in de race. Voor mij
wisselden de posities op het einde gunstig. Ik zat helaas niet in het wiel toen
Wout aanviel, het in mijn eentje dichtrijden was daarna niet meer mogelijk’,
vervolgt Sweeck.
Sweeck: 'Denk dat de cross hier wel leeft'
Voor Sweeck was de tweede plaats in een moddercross
bijzonder, omdat hij doorgaans minder voor de dag komt in dergelijke crossen.
Is Sweeck nu een echter modderduivel? ‘Ik heb nooit gezegd dat ik het niet was’,
lacht Sweeck. ‘Het is echter de conditie die altijd spreekt, vandaar de tweede
plaats.’ Sweeck was na afloop
net als Van Aert positief over de cross in
Dublin. ‘Er was enorm veel sfeer op de plaatsen waar veel publiek stond. Ik denk
dat de cross hier wel leeft’, besluit hij.