Belgisch kampioen
Dries De Bondt hoopt zondag een grote rol
te kunnen vervullen bij een mogelijk tweede overwinning van zijn kopman
Mathieu van der Poel in de
Ronde van Vlaanderen. Vorig jaar lukte dat namelijk niet
helemaal. ‘Ik had een probleem met mijn rug en kon minder
betekenen voor Mathieu dan verwacht.’
Afgelopen zondag viel in de
docuserie
De Ronde 104 te zien dat De Bondt vorig jaar – mede door rugklachten
- vroeg moest passen tijdens de
Ronde van Vlaanderen. Toch kon hij in die koers
wel een belangrijke bijdrage leveren. ‘Er was ook te zien (in de docuserie,
red.) hoe ik met de laatste krachten, die in een uithoek van mijn schoen zaten,
alsnog ben teruggekeerd om Mathieu in goede positie naar de tweede doortocht
van de Oude Kwaremont te brengen. Dat was belangrijk en leverde mij respect op’,
vertelt hij in gesprek met
Het Nieuwsblad.Bij Alpecin-Fenix staat tijdens
de
Ronde van Vlaanderen alles in het teken van Van der Poel en dat wordt nog
eens benadrukt door De Bondt. ‘We starten met Mathieu en zes renners. En die
moeten altijd in dienst rijden. Dat is logisch met zo iemand in de ploeg.
Man tegen man zijn er twee die met hem meekunnen: Wout van Aert en Julian
Alaphilippe. En wij moeten ervoor zorgen dat hij in ideale omstandigheden tegen
hen kan duelleren.’
'Voor Superman doe je alles, het vertrouwen is bijzonder groot'
- De Bondt over zijn kopman Van der PoelVindt De Bondt het dan toch
niet jammer dat hij juist in de Belgische driekleur moet knechten? ‘Nee, je
werkt voor iemand waarvan je op voorhand weet dat hij het zal afmaken. Dat zou
heel wat anders zijn mocht ik werken in dienst van bijvoorbeeld (Greg en
Oliver, red.) Van Avermaet en Naesen. Zeer sterke coureurs, maar niet zoals
Mathieu. Voor Superman doe je alles, het vertrouwen is bijzonder groot’, aldus
De Bondt, die in de Giro d’Italia wel kansen zal krijgen als vrijbuiter, zoals
zijn landgenoot Thomas De Gendt. ‘Ik kijk wel uit naar de Giro. Ik kan ritten
uitzoeken waar vluchters een kans hebben om vooruit te blijven. Wel op een
minder lastig parcours als De Gendt. Ik kan niet iedereen versmachten en kan
ook minder goed bergop rijden’, besluit hij lachend.