Arnaud Démare greep net als in 2020 naast de Europese titel.
De Fransman zat in de sprint wat te ver en kon aan de streep enkel
Fabio Jakobsen
niet achterhalen. ‘Achteraf hadden we misschien wat langer moeten wachten.’
Démare reisde met goede vorm en vertrouwen af naar het EK in
München. Tijdens zijn voorbereiding won hij een sprint in de Ronde van Polen.
Het vertrouwen van zijn ploeggenoten in hem was ook groot, daar de Franse ploeg
dominant het voortouw nam. Dat deden ze echter al op ruim tien kilometer van de
streep. ‘De Franse ploeg heeft goed werk geleverd. We namen de kop op zo’n tien
kilometer van de finish omdat ik geen gevaar wilde lopen door het bochtige
parcours. Misschien hadden we achteraf langer moeten wachten’, erkent Démare na
afloop het gevaar van die strategie.
In de slotkilometer waren de Fransen namelijk door andere de landen
wat naar achteren gedrumd. Démare haalde bijna iedereen in, maar Jakobsen –
die met een ruime fietslengte won – bleek een halte te ver voor de Fransman die
normaal voor Groupama-FDJ koerst en dit jaar meerdere etappes in de Giro d’Italia
won. Démare moet het dus doen met de tweede plek. Dezelfde plaats was in 2020
aan hem toebedeeld. Toen klopte de Italiaan Giacomo Nizzolo hem in de sprint. ‘Opnieuw
tweede, zoals in 2020’, verzucht Démare. Jakobsen was erg sterk. Op een
kilometer van het einde zat ik nog in zijn wiel.’