Het is vooralsnog niet de
Tour de France van
Caleb Ewan. De Australiër zat tijdens de sprint van de
derde etappe ingesloten en kwam niet verder dan een negende plaats. Ewan verliest de hoop echter niet. 'Als de deur vandaag opengaat, dan is het een totaal ander verhaal', zo vertelt Ewan op de
kanalen van
Lotto Soudal.
'Iedereen heeft heel goed z'n werk gedaan. We zaten zo lang op kop van het peloton, ik denk op meer dan zeventig kilometer van de aankomst al. Op alle gevaarlijke punten zaten we er als eerste team. Ik had dus eigenlijk een dag zonder veel stress', zo steekt Ewan een pluim op de hoed van zijn ploegmaats.
Het was echter in de laatste bocht dat het misliep. 'Normaal gezien probeer ik in een bocht binnendoor te steken, maar nu was er een renner die aan mijn buitenkant zat, waardoor ik mijn snelheid niet kon meenemen door de bocht. Maar uiteindelijk waren het de bewegingen van Van Aert en Sagan naar de rechterkant die ervoor zorgden dat ik niet voor de winst kon gaan. Wanneer ik mijn sprint begon was er nog een heel stuk ruimte rechts, maar al heel snel was dat gat er niet meer. Ik kon ook niet fris aan mijn sprint beginnen, omdat ik de laatste rechte lijn al moest opschuiven.'
Ewan: 'Het lag zeker niet aan de slechte benen van iemand'
Het is typisch voor de sprintstijl van de pocketsprinter: heel lang wachten uit de wind, om dan met een kattensprong naar winst te sprinten. 'Soms lukt het. Bijvoorbeeld twee jaar geleden, toen ik twee ritten won, had ik evengoed kunnen achterblijven zonder ritzeges, maar toen ging de deur twee keer juist open voor mij. Voor hetzelfde geld bleef de deur toen ook dicht, zoals vandaag. Als de deur vandaag wel open gaat, dan is het een heel ander verhaal. Het lag zeker niet aan slechte benen van iemand, want ik denk dat we vandaag het sterkste team waren', zo sluit Ewan af.