Filippo Ganna heeft zijn favorietenrol niet kunnen waarmaken in de
openingstijdrit van de
Tour de France. De Italiaanse hardrijder van
INEOS Grenadiers moest genoegen nemen met een vierde plaats, al had er misschien meer ingezeten. Ganna werd in de finale van de tijdrit getroffen door een lekke band, maar dat wilde hij na afloop niet als excuus aandragen. 'Ik denk niet dat ik daardoor verloren heb', zo tekende
Cyclingnews op.
De 25-jarige Ganna had dit jaar vijf van de zes tijdritten gewonnen waar hij aan de start stond. Het was dan ook niet gek dat hij als grote favoriet voor de rit werd gebombardeerd, maar de regen zorgde voor onvoorspelbare omstandigheden. 'Met de regen voelde ik me niet op mijn gemak in de bochten, maar op de rechte stukken was ik vrij constant', zo laat Ganna na afloop weten. 'Het zou droog zijn toen ik vertrok en daarom ging iedereen, ook Van Aert en Pogacar, vroeg op pad. Maar de wegen waren al nat toen we begonnen en toen begon het ook nog meer te regenen. We kunnen geen spijt hebben, want er waren gewoon sterkere renners vandaag.'
Ganna kwam bij het eerste tussenpunt halverwege als zevende door, maar leek een sterk tweede stuk te rijden. Het was niet genoeg voor de overwinning, want hetzelfde gold voor Yves Lampaert, Wout van Aert en Tadej Pogacar. Zij doken onder de tijd van de Italiaan, die wellicht wat sneller was geëindigd wanneer hij geen lekke band op het eind had opgelopen. 'Het is geen excuus, zo ging het gewoon. De pijn in mijn benen was uiteindelijk aanzienlijk, maar ik probeerde gewoon de schade te beperken.'
Ganna lijkt gele trui nog niet uit hoofd te zetten
De kans op een gele trui lijkt daarmee voorlopig verkeken voor Ganna, al komen er nog wat listige etappes aan. Te beginnen zaterdag, wanneer in de finale van de tweede etappe mogelijk waaiers ontstaan. Anders richt de Italiaan zijn blik op de kasseienetappe van woensdag, waar hij ongetwijfeld revanche wil nemen voor zijn minder gelukkige Parijs-Roubaix van dit voorjaar. 'We gaan de route van de komende etappes bestuderen en we zullen zien of er de mogelijkheid is om iets te doen.'