Dylan Groenewegen kwam in de
tweede etappe van de Tour de France niet echt aan sprinten toe en finishte op
een teleurstellende achtste plek. Niet zozeer het resultaat hield hem na afloop
bezig, maar wat hij zag in de sprint. Daar ging volgens hem het nodige bijna
mis.
‘Ik ben teleurgesteld natuurlijk,
ik kom altijd voor meer’, vertelt Groenewgen aan de
NOS over zijn achtste plek.
‘Er komen nog kansen, maar dit is er wel eentje minder.’ Groenewegen raakte in de
slotkilometers gescheiden van zijn lead-out. ‘Ik denk dat ik het heb laten
liggen op een kilometer van de finish. Daar raakte ik aan de rechterkant ingesloten,
terwijl Michael en Luka (Durbridge, Mezgec, red.) links zaten. Daarna zat ik
rechts tegen de boarding aan, waardoor ik net recht bleef. Toen was het eigenlijk
klaar.’
In de sprint ging het er
volgens Groenewegen chaotisch aan toe en daar baalde hij van. ‘Er was nog een
beetje ruimte, maar toen ging Peter Sagan
denk ik bijna onderuit. Je zit dan eigenlijk al te ver en je ziet dingen die je
eigenlijk niet wil zien. Het waren net niet valpartijen natuurlijk, maar dat
moet maar eens beter’, concludeert Groenewegen, die zelf een pijnlijk verleden
heeft met gevaarlijke acties in de massasprint. Door een onbesuisde manoeuvre van
hem raakte Fabio Jakobsen in de Ronde van Polen van 2020 ernstig gewond. Diezelfde
Jakobsen won binnen twee jaar na zijn ernstige ongeval juist de etappe van
zaterdag.
Groenewegen aast op revanche
‘De valpartijen waren op
onnodige momenten. Het was gewoon heel nerveus en iedereen wilde vooraan
zitten. Het ging van breed naar smal, er stond wind maar niet goed, maar voor
het geval dat wil iedereen voorin zitten; dat maakt het heel hectisch’,
vervolgt de sprinter van Team BikeExchange-Jayco over de etappe waarin vooral de slotfase tot
de nodige tuimelpartijen leidde.
Zondag krijgt Groenewegen een
kans om zich te revancheren voor zijn achtste plek. Het Tourpeloton wacht dan
opnieuw een vlakke etappe, waarin de
sprinters naar alle waarschijnlijkheid voor de winst zullen strijden. ‘Meestal ben ik na een teleurstelling op mijn
best, dus dat gaan we morgen maar eens zien’, besluit Groenewegen gemotiveerd.