Dylan Groenewegen kreeg na de
Ronde van Polen vorig jaar wekenlang
politiebewaking. ‘Er waren zulke concrete en
ernstige bedreigingen dat we een paar dagen na de valpartij de politie hebben
ingeschakeld’, vertelt de sprinter van Jumbo-Visma in een interview met Raymond Kerckhoffs voor
Helden Magazine. De bedreigingen waren dermate ernstig dat Groenewegen in de eerste
weken na de zware crash in de
Ronde van Polen, waar
Fabio Jakobsen ernstige
verwondingen opliep, niet zonder politiebegeleiding naar buiten kon. ‘We konden
niet meer spontaan de deur uit. Als ik even naar buiten wilde, stond er een
agent aan mijn zijde zodat er niks kon gebeuren.’
De bedreigingen bestonden met name uit brieven, waarvan één
heel hard binnenkwam bij Groenewegen. ‘We
kregen handgeschreven brieven met de post, waarin zelfs een strop was
toegevoegd waar we ons kleinkind later aan konden ophangen. Als je die
boodschap leest en dat stuk touw ziet, schrik je enorm. Dat gaf bij mij de
doorslag dat het zo niet verder kon.’
Groenewegen: 'De paniek slaat dan toe'
Groenewegen werd
door de bedreigingen angstig en was altijd extra op zijn hoede. Hij noemt een
paar voorbeelden: ‘We hebben een alarm op ons huis en precies in die periode viel
dat uit. Dan ga je de gekste dingen in je hoofd halen. Zo hebben we ook een
paar keer een vals alarm gehad, dan schrik je je rot. Terwijl ik gewoon was
vergeten om het alarm ’s ochtends uit te zetten. Ik herinner me ook dat we een
avond bij mijn ouders gingen eten. Onderweg reed er een wagen achter ons. Die
begon te seinen en schuin achter ons te rijden. Uiteindelijk haalde hij ons in
op een weg waar dat eigenlijk niet kon. De paniek slaat dan toe. Even later
slaat hij gewoon rechts af en is er niks aan de hand. Je begint dingen in te
beelden die er helemaal niet zijn.’