Fabio Jakobsen kon vrijdag niet
meestrijden om de overwinning in de negentiende etappe van de
Tour de France. De sprinter van
Quick Step-Alphpa Vinyl moest op zo’n twee kilometer van de finish laten lopen.
‘Zei tegen Florian Sénéchal dat hij moest sprinten.’
Jakobsen voerde de voorbije dagen een succesvolle maar zware
strijd tegen de tijdslimiet in de Pyreneeën. ‘Ik was beter dan ik had verwacht,
na gisteren’, zegt Jakobsen na afloop aan de
NOS. Toch zagen we Jakobsen in de
finale even op achterstand rijden, nadat het peloton gebroken was. ‘Op dat
klimmetje – bij dat dorpje – zat ik echter net wat te ver, al had ik ook niet
de benen om op te schuiven. Het brak daar, waardoor ik in het tweede deel
belandde. Jakobsen keerde nog wel terug in het peloton, waarna zijn ploegmaat
Mattia Cattaneo nog een sterke kopbeurt deed om het gat naar de vluchters terug
te brengen.
‘Ik was er in de finale wel, maar niet goed genoeg’,
vervolgt Jakobsen. Achteraf gezien was de finish sowieso wel kantje boord voor
mij. Op twee kilometer van de finish liepen de benen vol en moest ik uitsturen.
Ik zei tegen Florian (Sénéchal, red.) dat hij moest sprinten.’ De Fransman
sprintte naar een verdienstelijke vierde plek. ‘Hij maakte meer kans dan ik. Hij
heeft een sterkere, langere sprint. Ik ben alleen kort snel’, legt Jakobsen
uit.
Over de aanloop naar de sprint zegt Jakobsen: ‘Vanuit mijn positie
zag ik
Wout van Aert zijn ding doen, met Jonas Vingegaard in het wiel en
daarachter Laporte. Bij de rotondes zaten ze perfect en hij (Laporte, red.) zit denk ik redelijk
op zijn gemak. Hij blijkt daarna ook de sterkste vandaag.’ Jakobsen hoopt
zondag - op de Champs-Élysées - écht mee te doen om de ritzege. ‘Ik denk dat ik er zondag wel bij kan
zijn. Het positieve was dat ik vandaag op de klimmetjes wel door de pijn kon rijden, dat zal zondag richting de Arc de Triomphe ook moeten. Dus zondag ga ik zeker nog voor een mooie
uitslag.’