Dylan Groenewegen strandde
in de negentiende etappe van de Tour de France op een zevende plek. De Nederlandse sprinter – die de derde etappe
won – hoopte op meer, maar beschikte in de sprint niet over de beste benen. ‘Ik
moest vechten om ook maar een beetje in het wiel te komen van mijn lead-out
Luka Mezgec.’
‘Ik zat in de laatste kilometer best wel op de limiet. Het laatste
klimmetje stelde op papier vrij weinig voor, maar deed toch best pijn’, vertelt
Groenewegen aan de
NOS. Hoewel de sprinters de ontsnapte Jasper Stuyven
en Fred Wright teruggrepen, was
Christophe Laporte al gevlogen. De Franse hardrijder
maakte bij het ingaan van de slotkilometer de sprong van het peloton naar de
twee vluchters om er vervolgens overheen te knallen en de winst op te eisen. ‘We
spurtten volle bak, maar kwamen geen meter dichter op Laporte. Dus dan moet je
zeggen dat er iemand veel beter was’, stelt Groenewegen vast.
Er waren tot nu toe weinig kansen voor de
sprinters. De negentiende etappe leek er één te zijn. Het snelle koersverloop
van de voorgaande etappes was echter ook vrijdag van toepassing, waardoor een
op papier makkelijkere etappe toch erg zwaar uitpakte. ‘Is het Wout (Van Aert,
red.) niet, dan is het wel Laporte die vreselijk hard rijdt’, grapt Groenewegen.
Op serieuzere toon: ‘Het niveau is heel hoog. Ik denk dat we ook een hele mooie Tour hebben. Maar voor de sprinters is het niet geweldig.’
Hoewel de etappe met een zevende plek niet goed uitpakte
voor Groenewegen, is hij niet heel teleurgesteld. ‘Natuurlijk had ik op een
beter resultaat gehoopt, maar als er niet meer inzit, dan houdt het op. Ik
moest vechten om ook maar een beetje in het wiel te komen van mijn lead-out
Luka Mezgec. Dan moet je ook zo eerlijk zijn dat er niet meer inzat.’ Komende
zondag wacht Groenewegen een laatste kans op de Champs-Élysées in Parijs. In 2017 wist hij die
etappe al een te winnen. ‘Kijken of ik dan over betere benen beschik.’