Bauke Mollema deed tijdens de zesde etappe van de Giro d’Italia een
verdienstelijke poging om de rit te winnen. Hij zat mee in de vlucht, maar
moest in de laatste kilometer zijn vluchtgenoot en latere winnaar Gino Mäder
laten gaan. De Nederlander finishte uiteindelijk als 31ste.
Mollema was vanaf het begin van de etappe actief om in de vlucht van de dag
te geraken. Hij miste aanvankelijk echter de juiste groep en probeerde met
Geoffrey Bouchard de oversteek te maken. Hoewel dat lukte, kostte het hem veel
energie. ‘We reden met z’n tweeën ongeveer dertig kilometer achter de kopgroep aan.
Dat was niet ideaal’, zo vertelt de renner van Trek-Segafredo na afloop.
Even leek het er zelfs op dat de twee niet zouden aansluiten. ‘Op een
gegeven moment was het verschil tien seconden, maar daarna werd het gat toch
weer groter. We wilden bijna de handdoek gooien, maar net op dat moment kwam er
nog een klein klimmetje. Ik deed vervolgens nog een laatste poging om het gat
te dichten. We kwamen toen weer op twintig seconden en toen besloten ze vooraan
wat gas terug te nemen’, aldus Mollema.
Mollema: 'Door het weer werd het nog lastiger'
Uiteindelijk sloot de Nederlander vooraan aan, maar op de slotklim bleek
dat er onvoldoende energie in de benen zat om het de Zwitser Mäder nog lastig
te maken. ‘We slaagden er dus uiteindelijk in om de kloof te overbruggen, maar
toen was het beste er wel vanaf. ‘Ik probeerde nog wel een goed resultaat uit
de brand te slepen, maar ik voelde me daarna niet meer zo goed. Door het weer
werd het nog lastiger.’