Mathieu van der Poel heeft de uiterst vermakelijke en spannende 2021-editie van
Strade Bianche op zijn naam geschreven na een ware clash tussen de mondiale top van het wielrennen.
Julian Alaphilippe was er wel, maar kwam in de slotkilometer niet in de buurt van de Nederlander.
Egan Bernal werd derde,
Wout van Aert vierde.
Onder een prachtig Italiaans zonnetje doken de renners hun
speelwei in, de grindwegen rondom Siena. Waar we normaal gesproken in
(semi)klassiekers binnen no time een vluchtersgroep hebben, liet dat gegeven zich
in deze
Strade Bianche opvallend lang op zich wachten.
Uiteindelijk kreeg een groep van acht mannen alsnog een
vrijgeleide. De namen: Tosh Van der Sande (Lotto
Soudal), Philipp Walsleben (Alpecin-Fenix), Kévin Ledanois (Arkéa-Samsic),
Simone Bevilacqua (Vini-Zabu), Simone Petilli (Intermarché), Samuele Zoccarato
(Bardiani), Samuele Rivi (EOLO) en Filippo Tagliani (Androni-Giocatolli).
Veel stress, valpartijen en lekke banden
Op negentig kilometer
van de finish begon het geharrewar al in het peloton, waarop de voorsprong van
de koplopers net zo snel verdwenen was. Jumbo-Visma bepaalde het tempo op kop
van het peloton, waar de tweede lijn van de concurrentie het al meermaals
probeerde. Kasper Asgreen zagen we meermaals doordenderen namens
Deceuninck-Quick-Step, evenals Gianni Vermeersch van Alpecin-Fenix.
Dit lieten de
Killer
Bees in samenwerking met het UAE-Team Emirates van Pogacar niet gebeuren.
In de aanloop naar de beslissende fase namen ze het heft in handen, en terecht.
Op de zware, lange grindstroken regende het lekke banden en valpartijen. Een
greep uit de pechvogels: Kasper Asgreen,
Tadej Pogacar, Eros Capecchi, Davide
Ballerini, Tom Pidcock en ga zo maar door. Bijltjesdag viel vroeg dit jaar.
Toppers tonen zich vroeg
De toppers waren al
vroeg bij de pinken op de voorste rijen. Wat heet, op de traditionele
scherprechter, de Monte Sante Maria, was het al van dat. Op die ellenlange
grindstrook ontstond een elitegroepje waar je niet alleen U, maar ook Zijne Hoogheid
tegen mocht zeggen. Stoelriemen vast, want dit waren de acht namen die overbleven:
Alaphilippe, Van Aert, Van der Poel, Bernal, Pogacar, Pidcock, Simmons en Gogl.
De jonge Simmons werd
door een lekke band teruggeslagen in het geweld, maar daardoor ontstond er wel
een mooie metafoor voor dit schouwspel:
Strade Bianche en de zeven dwergen, het
koerssprookje van Siena. Amai, wat een race.
Ware krachtsexplosies
Op de een na laatste
gravelstrook ontplooide een verbluffende Alaphilippe zijn duivels, wat het
doodsvonnis betekende voor Van Aert en Pidcock. De twee wisten nog terug te
keren, maar de verhoudingen leken duidelijk. Ofwel, dat weet je van iemand van
het kaliber-Wout van Aert never nooit.
Het zou wachten worden
op één ultieme krachtsinspanning, waar de verhoudingen volledig duidelijk zou
worden. Die uitbarsting kwam op naam van
Mathieu van der Poel, die wegfladderde
als een vlindermes door de boter op twaalf kilometer van de meet. Alaphilippe
zat niet direct op het wiel, maar maakte in de afzink de aansluiting. De twee
sterksten voorop, dat is toch wat je wil!
Supertrio voor de zege
Even later sloot ook
Bernal nog aan, wat van het sterke duo een uitmuntend trio maakte. De achtervolgende groep met Van Aert, Pidcock, Pogacar en Gogl deed er alles aan, maar het koptrio was simpelweg te sterk. Iedereen, overal; tussen het kader gewrongen als vaatdoekjes van een week oud.
De beslissing leek te gaan vallen op de steile slotkilometer in Siena, geknipt voor de rappe explosies van Van der Poel en Alaphilippe. De Nederlander wenste daar niet op te wachten, hij viel al aan op vier kilometer van de meet in een afdaling. Bernal dichtte het gat, Alaphilippe deed nog net geen zenuwplasje op zijn fiets. Het Piazza del Campo in Siena, dat werd het decor van dit wielersprookje dat eigenlijk te mooi was om te eindigen.
Bernal strekte zijn rug onder de vod, met Van der Poel op kop. De Nederlander ging ook als eerste en pakte prompt een voorsprong. De Fransman plooide als een
coq die net gecastreerd was, de Colombiaan ook als een drugsbaron die zojuist zijn imperium verloor. De Nederlander won, op een geweldige wijze!
Mathieu van der Poel, koning van de Strade. Lijst dat maar in. Tot de Ronde en Roubaix.