Daniel Felipe Martínez won zaterdag
de
Ronde van het Baskenland, al zag het daar tijdens de koers niet naar uit. De
Colombiaan zakte na een val van Movistar-renners Nelson Oliveira en Enric Mas
terug naar een groep met Remco Evenepoel. Waar hij en de Belg voor de slotklim
weer vooraan terugkeerden, wist van de twee enkel Martínez vooraan stand te
houden.
Voor Martínez was de slotrit een
achtbaan van emoties. ‘Bij momenten zag ik mezelf als één van de verliezers; ik
dacht zelfs dat ik buiten de top tien zou vallen. Pas na de streep wist ik dat
ik de eindzege binnen had’, citeert
Esciclismo de kopman van
INEOS Grenadiers.
Martínez heeft de eindzege voor een
deel te danken aan de renner die hij juist nog moest passeren: Evenepoel. De
Colombiaan en de Belg konden door de handen ineen te slaan namelijk weer
vooraan terugkeren, nadat Martínez was teruggeslagen door de val van onder meer Mas.
‘Ik belandde in de groep met Evenepoel en hij werkte hard om terug te keren’,
aldus Martínez. Hij en Evenepoel kwamen door goed samen te werken uiteindelijk
weer terug. ‘Remco moest op de klim vervolgens lossen, waardoor ik weer kansen
zag om het Baskenland te winnen.’
De eindzege in het Baskenland is
Martínez zijn eindzege in een rittenkoers van de WorldTour. Eerder won hij in
2019 het Critérium du Dauphiné. Ondanks zijn overwinning blijft Martínez
bescheiden over zijn rol voor de Tour de France. ‘Ik was al kopman voor
wedstrijden van een week, maar voor de grote wedstrijden zijn er andere
ploegmaats die het vertrouwen van de ploeg hebben. De Tour is een speciale
race. Ik ben er voor alles wat het team van mij vraagt.’