De wielrennerij heeft een afspraak gemaakt met de
geschiedenis. Voor het eerst in de rijke historie van de sport vindt het
wereldkampioenschap plaats in Afrika. Dit gaat
in 2025 gebeuren in Rwanda, het
land dat na de genocide van 1994 verzot is geraakt op de koers. Dat de koers leeft in het land, was in de editie van afgelopen week wederom te zien.
Dit artikel is een bewerking van een eerdere artikel, dat eind 2021 op In de Leiderstrui verscheen. Voor het artikel spraken wij met Adne van Engelen, die in de afgelopen editie van de Ronde van Rwanda als vijftiende eindigde in het eindklassement. De overwinning ging naar de Eritreeër Natnael Tesfazion. 'Er is daar echt liefde voor de koers'
‘Toen ik voor het eerst een wedstrijd reed in Rwanda,
verbaasde het mij hoe het publiek naar de wedstrijden keek’, vertelt Adne van
Engelen, hij is profwielrenner bij de Duitse ploeg Bike Aid. ‘Ik ging in
2017 naar het land voor de Tour du Rwanda en was voorafgaand aan de wedstrijd een klein
rondje aan het rijden. Dat deed ik op mijn vederlichte carbonfiets, om weer te
wennen aan de beweging en om te acclimatiseren. In dat rondje reed ik een
jongen voorbij op een volledig houten fiets van een kilo of dertig met misschien wel zestig
kilo bananen achterop', zo lacht Van Engelen met gevoel voor overdrijving.
De Nederlander wist echter niet wat hij zag. 'Hij probeerde koste wat het kost om mij bij
te houden. Puur omdat ik prof ben en hij daarbij in de buurt wilde zijn. Er is
daar echt liefde voor de koers. Dat is heel anders dan in andere Afrikaanse
landen. In Kameroen bijvoorbeeld, kwamen veel mensen wel naar de wedstrijd
kijken, maar was het een veel minder belangrijke gebeurtenis. Kinderen vroegen
daar niet direct na de finish om een handtekening. In Rwanda wel.’
Tekst gaat verder onder de foto
Van Engelen in actie tijdens de Tour du Rwanda van 2017 (foto: Nils Laengner)
De Tour du Rwanda waar Van Engelen over vertelt, is een
wedstrijd die sinds 2001 jaarlijks wordt georganiseerd. Dit was echter niet het
jaar van oprichting. In 1988 werd de eerste editie van het evenement gehouden.
De wedstrijd ontstond nadat verschillende regionale wielerwedstrijden in het
land steeds populairder werden. Een landelijke wielerronde leek de
organisatoren van de verschillende wedstrijden een goed plan. En zo werd de
Tour du Rwanda geboren. ‘De inwoners van het land werden verliefd op de sport en de wedstrijd werd live uitgezonden op Radio Rwanda’, vertelde Jean Sauveur
Ntiyamira in The New Times in 2017, het bekendste dagelijkse dagblad van
Rwanda. Ntiyamira is sinds 2005 commissaris van de Tour du Rwanda en volgt de
wielercultuur in het land sinds de jaren tachtig.
De genocide die het land brak
De vreugde in het land naar aanleiding van de
wielerwedstrijd duurde maar kort. Na drie edities kon de wedstrijd in 1991
geen doorgang vinden, vanwege de verslechterde politieke situatie. Omdat de
situatie niet verbeterde, keerde de wedstrijd in de volgende twee jaar ook niet
terug op de kalender. Het ergste jaar in de recente Rwandese geschiedenis moest
echter nog komen. Het vliegtuig van de toenmalige Rwandese president
Habyarimana werd in 1994 uit de lucht geschoten, wat een ware genocide
ontketende. In honderd dagen werden naar schatting vijfhonderdduizend tot één
miljoen Rwandezen gedood.
Begin jaren negentig raakte Rwanda verwikkeld in een hevige burgeroorlog.
Maar liefst 85 procent van het land bestond toentertijd uit het Hutuvolk. Verder
bestond de Rwandese bevolking voornamelijk uit Tutsi’s. Zij vormden met veertien
procent van de populatie de minderheid. De overige één procent kwam van de Twa,
een volk dat ten zuiden van de Sahara leefde. De prominente politieke
Tutsipartij RPF was in oorlog met de Hutu-regering. Toen het vliegtuig van
president Habyarimana, een Hutu, werd neergeschoten, kregen de Tutsi’s daarvoor
de schuld. Door de machtspositie van de Hutu’s, begon de genocide tegen de
Tutsi’s.
Paul Kagame was de leider van de Tutsipartij RPF. Hij wist
op 18 juli 1994 met zijn troepen op te rukken naar hoofdstad Kigali. Daar lukte
het hem om de regering, het leger en de milities te verslaan en weg te jagen. Na
zijn overwinning werd Kagame vice-president en minister van Defensie. Sinds
2000 is hij president. De huidige situatie van het land is echter nog
allerminst perfect. Nieuwssite Nu.nl meldde in 2019 dat er weinig ruimte was
voor oppositie en pers in het land en dat ‘veel Rwandezen politieke vrijheid
lijken te hebben ingeruild voor vrede'. Het land heeft akelig veel weg van een
dictatuur. Zo hebben de voormalige brigadegeneraal Frank Rusagara en diens
zwager kolonel Tom Byabagamba 20 en 21 jaar celstraf gekregen, nadat ze in een
privégesprek Rwanda 'een bananenrepubliek' noemden (bron: Trouw).
‘Het land was natuurlijk helemaal uit elkaar gevallen na de
oorlog. Het vertrouwen onderling in de bevolking was helemaal weg, met
wielrennen werd het land eigenlijk weer bij elkaar gebracht’, zo legt Van
Engelen uit. Dit gebeurde niet direct na 1994. Het land had nog jaren nodig om
weer enige vorm van stabiliteit te vinden. In 2001 werd de Tour du Rwanda pas
weer opnieuw georganiseerd. ‘En even later kwam Jock Boyer naar Rwanda toe’, vervolgt Van Engelen.
Het land krabbelt, net als de Tour du Rwanda, weer op
Jonathan Boyer, beter bekend als Jock Boyer, stond als
eerste Amerikaanse wielrenner ooit aan de start van de grootste wielerwedstrijd
ter wereld, de Tour de France. De oud-renner verhuisde na een gevangenisstraf
in 2005 met zijn vrouw naar Rwanda en tilde de wielersport aldaar naar een
hoger niveau. Hij richtte in 2007 Team Rwanda op, een wielerploeg vol Rwandezen
die de genocide hadden meegemaakt als kinderen. In de film Rising from Ashes
legt Boyer uit: ‘Je kunt zien hoeveel de fiets voor die jongens betekende. Het
was hun uitweg. Ze zijn door een hel gegaan.’
Het project van Boyer had succes. Zijn pupil Adrien
Niyonshuti, die zes broers verloor door de genocide, kwalificeerde zich in 2012
voor de Olympische Spelen. De renner heeft daarna een aantal jaren op het
hoogste niveau van de wielersport gereden bij Team Dimension Data. De invloed
van de Amerikaan was in Rwanda duidelijk voelbaar. In 2009 werkte Boyer samen
met het Ministerie van Sport en Cultuur van het land en zorgde ervoor dat de
Tour du Rwanda een stap omhoog maakte naar de UCI Africa Tour. Zo kreeg de
wedstrijd meer naamsbekendheid en kwamen er meer renners uit verschillende
landen op af.
De ronde werd steeds populairder en precies tien jaar
later, in 2019, maakte de wedstrijd nog een stap omhoog, waardoor de beste
ploegen van de wereld mee mochten doen aan het evenement. Van Engelen deed mee
aan de wedstrijd in 2017 en in 2021 en zag dus de laatste verandering in
niveau. ‘Je ziet echt een heel grappig verschil tussen de lokale wielrenners en
de doorgewinterde Europese jongens. Rwandezen rijden heel zenuwachtig. Constant
remmen en sprinten uit angst om het wiel te verliezen. Ze missen wat ervaring en technische vaardigheden om sommige situaties goed in te schatten.’
Tekst gaat verder onder de foto
De Bike Aid renners maken beter gebruik van aerodynamica dan de anderen in de Tour du Rwanda van 2017 (foto: Nils Laengner)
‘Een van de doelen van de Tour du Rwanda is om het volk bij
elkaar te brengen’, vertelt Van Engelen. ‘Sinds de wedstrijd opnieuw
georganiseerd wordt, is een van de belangrijkste aspecten van de ronde om een
nationaal gevoel te creëren bij de bevolking. Als een Rwandees het goed doet,
moet iedereen hem kunnen aanmoedigen, ongeacht de Hutu- of Tutsi-achtergrond van
de renner. De koers moest zorgen voor eenheid in het volk en dat lukt goed.
Soms zelfs te goed. Als een Rwandees het uitstekend doet in de Tour du Rwanda,
wordt hij meteen een volksheld. Eenmaal in Europa verdrinkt een coureur dan
vaak.’
Afrikaanse wielrenners in Europa
Een voorbeeld van zo’n coureur is Joseph Arreruya. Hij won
de Tour du Rwanda in 2017 en kreeg een contract voor twee jaar bij Delko, een
Franse ploeg die uitkwam op het op een na hoogste niveau. Hij kon zijn goede
prestaties van eerder niet doorzetten. ‘Het is altijd vervelend voor zo’n
jongen om als held naar Europa te trekken en dan te merken dat er heel veel
jongens harder kunnen fietsen dan jij.’ Van Engelen is even stil na die zin,
twijfelend aan zijn eigen stelling. ‘Soms is het probleem niet eens dat die
jongens harder fietsen, vaak is denk ik de techniek en de koerservaring die ik
eerder noemde meer het probleem eigenlijk.’ In 2021 rijdt Arreruya voor de
Rwandese ploeg Benediction Ignite, dat een niveau onder Delko opereert.
Van Engelen rijdt zelf bij een ploeg die mede als doel heeft
om Afrikaanse coureurs die benodigde ervaring te geven. Zijn ploeg Bike Aid stelt elk jaar een ploeg samen waarin meerdere Afrikaanse jongens de kans
krijgen zich verder te ontwikkelen naast de Europeanen in de ploeg. In 2021
komen vijf van de zeventien renners van de ploeg uit Afrika. De ploeg rijdt
veel wedstrijden in Afrika, maar ook in Azië en Europa. ‘Onze ploeg heeft ook
niet de hoofdsponsor als naam, wat veel voorkomt in de wielerwereld. Wij hebben
Bike Aid als non-profit organisatie als naam, om naamsbekendheid voor die
organisatie te krijgen en jongens in Afrika te kunnen helpen.’
Tekst gaat verder onder de foto
De Eritreeër Mekseb Debesay wordt aangemoedigd op de Muur van Kigali (foto: Jana Haus)
Terwijl Van Engelen vertelt over zijn ploeg, loopt net de
Duitse oprichter Matthias Schnapka, die tevens zelf coureur is van de ploeg,
langs, waarna de Nederlander hem roept. Hij stopt even, gaat naast Van Engelen
zitten en legt uit waarom het lastig is om de wielrennerij in Afrika snel
groter te maken en waarom er weinig projecten als Bike Aid zijn in de
wielerwereld. ‘Er zijn veel redenen om Afrikanen geen kans te geven in een
ploeg. Het kost veel geld, omdat je ze naar Europa moet halen en onderdak moet
bieden. Verder hebben ze vaak minder kennis van training dan jongens uit
Europa, plus minder wedstrijdkilometers vanuit de jeugd in de benen. Het niveau
bij de jonge coureurs ligt daardoor regelmatig lager in Afrika dan in Europa. Daarnaast
is Afrika voor de meeste sponsors geen afzetmarkt, waardoor bedrijven niet
happig zijn om daar veel geld aan uit te geven.’
Toch zijn er genoeg redenen om de jongens wél een kans te geven,
aldus Schnapka. ‘Wat ik heb gemerkt is dat wielrennen in Europa voor veel
jongens gewoon een hobby is. Als het niet lukt om profwielrenner te worden,
kunnen ze makkelijk iets anders gaan doen. Dat is in Afrika minder het geval.
Daar geldt de fiets als een kans in het leven en als een passie. Voor
Afrikaanse wielrenners is de fiets hun grote hoop op een beter leven. Ik wilde
hen graag helpen die kans te pakken. Het is nodig om ze hulp te bieden. Ik ben
ervan overtuigd dat we in de toekomst de eerste echte Afrikaanse Tourwinnaar
mogen aanschouwen.’
Rwanda als host van het WK
Voor het zover is, maakt Rwanda grote stappen om zichzelf
als wielerland meer en meer op de kaart te zetten. Met de Tour du Rwanda die
elk jaar aan prestige lijkt te winnen, heeft het land een mooie wedstrijd op de
kalender. Daar is onlangs een mooi affiche bijgekomen. Het
WK wielrennen gaat
in 2025 naar het land. Voor het eerst ooit wordt de wedstrijd georganiseerd in
Afrika. De kers op de taart voor het wielergekke land, dat de crème de la crème
van de wielerwereld te zien gaat krijgen.
‘Ik denk dat het heel erg tof gaat worden’, zegt Van Engelen
over dat WK. ‘Voor de Tour du Rwanda, een van mijn favoriete wedstrijden op de
wielerkalender, die ik elk jaar wil rijden, staat er al rijendik publiek op de
Muur van Kigali en dat zal nu alleen maar meer zijn. Die Muur is echt een zware
heuvel en gaat hopelijk de scherprechter van het WK zijn. Het is immers het
hoogtepunt van de nationale ronde, die weg laten zou dus echt een schande zijn
naar mijn mening. Het land is echt gek van de sport, ik kan het niet vaak
genoeg zeggen. Het is heel gaaf en goed voor de wielrennerij. Niet alleen in
Afrika maar voor iedereen. Nu kan heel de wereld zien hoe de sport daar leeft
en wat het voorstelt. Ik heb er onwijs veel zin in.’