Eddy Planckaert vindt dat
Wout van Aert meer ondersteuning moet
krijgen in de
Tour de France. Dat vertelde hij in
Vive le Vélo. ‘Als
hij op de juiste manier gebracht kan worden dan wint hij met drie tot vier
fietslengtes voorsprong.’
Jumbo-Visma mikt dit jaar
zowel op de groene trui als de gele trui. Zodoende moet de Tourselectie over
een breed scala aan kwaliteiten beschikken. Klimmers om Jonas Vingegaard en Primoz
Roglic te ondersteunen in de bergritten, maar ook explosieve hardrijders die
Van Aert in de sprints kunnen ondersteunen. Met Christophe Laporte, Tiesj
Benoot en Nathan Van Hooydonck – die
zaterdag berenwerk verrichtte – heeft Van
Aert de nodige ondersteuning. De drie renners zijn ook van waarde voor de
klassementsrenners door ze in de vlakke ritten uit de problemen te houden.
Voormalig wegrenner en
wieleranalist Planckaert vindt de ondersteuning voor Van Aert desondanks te
weinig. ‘Van Aert had een geweldige Van Hooydonck die berenwerk verzet heeft,
maar eigenlijk moet hij zo een volledige ploeg krijgen. Wat hem in de sprint
overkwam, mag eigenlijk niet gebeuren. Op een bepaald moment raakt hij
ingesloten en kan hij de sprint zomaar verliezen. Eigenlijk moet iemand hem in
die laatste tweehonderd meter gewoon kunnen piloteren. Als hij op de juiste
manier gebracht kan worden dan wint hij met drie tot vier fietslengtes
voorsprong’, aldus Planckaert.
Planckaert: 'Van Aert had geen zotte inspanningen moeten doen'
‘Ik
wil hier nu niets dramatiseren’, vervolgt Planckaert, die van mening is dat Van
Aert met propere ondersteuning nog veel meer kan winnen in de Tour. ‘Hij kan
gewoon elk jaar zeker vijf of zes ritten winnen in de Ronde van Frankrijk.’
Zelfs Tourwinst sluit Planckaert niet uit. ‘Hinault en Merckx (Bernard en Eddy,
red.) vertelden het onlangs nog dat wanneer hij nog een paar kilo scherper
staat er misschien wel meer in zit dan ritten winnen. Als het parcours niet te
zwaar is en er zitten een paar tijdritten in dan durf ik niets te voorspellen.’
Ook over de
mega-inspanning van Van Aert in de rit naar Longwy heeft Planckaert een uitgesproken mening. Van
Aert had daar zo geen zotte inspanningen moeten doen. Gelukkig heeft hij een
grote voorsprong in het groen, maar zo een zaken kan ik niet begrijpen. Als
ploegleider heb je de plicht om hem terug te roepen. Hij kon gewoon die rit
winnen. Van Aert is geen renner om in dienst van anderen te rijden of om honderd
kilometer op kop te gaan sleuren. Dan word ik nerveus. Vanaf het moment dat de
aankomst wat zwaarder is dan staat er gewoon geen maat op. Het is een
wereldwonder.’