In de
veertiende etappe van de Tour de France zagen we
alvast wat we in de derde week ook veel zullen zien:
Tadej Pogacar die Jonas
Vingegaard probeert te lossen. Op de steile slotklim versnelde de Sloveen
meerdere malen, maar de gele trui volgde met ogenschijnlijk gemak. ‘Niets is
onmogelijk’, blijft Pogacar hoopvol over het terugveroveren van de gele trui in de
slotweek.
Pogacar liet zich al vroeg in de etappe zien. Hij mengde
zich in de strijd om de ontsnapping en zorgde zodoende voor chaos en stress bij
Jumbo-Visma. ‘Ik probeerde de sprong naar een grote ontsnapping te maken. Ik wilde de mannen achter mij wat laten stressen’,
grapt Pogacar in gesprek met de
NOS.
Pogacar kijkt uit naar de Pyreneeën
Op de slotklim naar Mende verhoogden de mannen van Pogacar
het tempo om Vingegaard onder de druk te zetten. Pogacar viel vervolgens aan,
maar Vingegaard gaf geen krimp. De tweevoudig Tourwinnaar houdt echter
vertrouwen: ‘Niets is onmogelijk. Vandaag was een korte steile klim. Ik denk
dat ik het in de Pyreneeën- waar het meer open is en de beklimmingen langer – vaker
kan proberen.’
Hoewel het Pogacar niet lukte om Vingegaard tijd aan te smeren, zag hij tot zijn vreugde aan de finish dat zijn goede vriend
Michael Matthews de etappe had gewonnen. De Australiër was knap de sterkste uit een koogroep van 23 renners. Pogacar
feliciteerde hem na afloop met zijn knappe optreden. De twee renners trainen vaak samen in Monaco.