Na wekenlang speculeren is het op vrijdag 1 juli zover, de
openingstijdrit van de
Tour de France. De Denen hebben een fraai parcours
uitgetekend van dertien kilometer door de straten van de hoofdstad.
In de
Leiderstrui legde een vergrootglas op de route om tot een heldere
favorietenanalyse te komen.
Eerste kilometers: remmen is angst
De coureurs beginnen aan hun Ronde van Frankrijk op de Nørre
Farimagsgade, een brede weg op goed bollend asfalt. In een mum van tijd kan er
hier een geweldig tempo ontwikkeld worden door de krachtpatsers. Na zeshonderd
meter volgt de eerste bocht naar links, er staat wat wegmeubilair in de vorm
van verkeerseilandjes, maar wanneer je perfect stuurt hoef je hier naar alle
waarschijnlijkheid niet voor te remmen. Waaghalzen kunnen hier al meteen
kostbare tijd pakken op de pure stoemperts.
Via de Frederiksborggade komen de renners aan op de Koningen
Louisebrug, waarna Nørrebro wordt ingedoken. Na in totaal 1,3 kilometer
wedstrijd volgt de tweede bocht, naar rechts ditmaal, deze is makkelijker dan
de eerste bocht. Ook hier kun (en als je voor de zege rijdt moet) je keihard
doorheen. Zevenhonderdmeter verder volgt de volgende bocht naar rechts, en
vijfhonderd meter daarna de volgende bocht naar links. Voor deze bochten geldt
hetzelfde, al lijken ze iets lastiger dan de tweede bocht.
Op de Øster Allé gaat de gaskraan vol open, waarna een
volgende makkelijke bochtencombinatie volgt. De wegen zijn breed, de bochten
zijn wijd, spek naar de bek van
Filippo Ganna. De eerste acht kilometer werken
volledig in het voordeel van de pure krachtpatsers, na halfkoers wordt het
technischer.
Technisch deel te kort voor stuurmannen
Via de Langelinie arriveren de mannen aan het water. Na een
korte sectie waar naar beneden gereden wordt, moeten de renners het voetpad op,
waarna een scherpe rechtse bocht volgt richting de toeristische trekpleister De
Kleine Zeemermin. Bekijk voor een uitgebreid beeld hiervan de
video die In de Leiderstrui heeft gemaakt over het tijdritparcours., Een kort stuk rechtdoor volgt, waarna er even omhoog gereden
moet worden richting het Churchill park.
Een zeer lastige linkse bocht volgt, met een flinke
hindernis aan de binnenkant van de bocht. Flashbacks van Wout van Aert die in
2019 in de binnenbocht aan het hek blijft hangen, komen boven. Dit is de
verraderlijkste bocht van het parcours. Als je hem mist en te wijd uitkomt,
donder je de fontein in. Lekker afkoelen!
Kasseitjes voor het Koninklijk Paleis vormen einde
technische zone
Via de Amaliegade, arriveren de renners bij het Amalienborg.
De residentie van de Koninklijke familie van Denemarken. Over de (goed
liggende) kasseitjes sturen de renners naar rechts, om via de Frederiksgade op
de Bredgade te komen. Vanaf dat moment is het nog twee kilometer knallen met
enkele goed lopende bochten (al is de laatste rechtse bocht nog wel een klein
beetje technisch) tot de finish op de Hans Christian Andersen Boulevard.
De groep journalisten op de kasseitjes van het Amalienborg.
In een notendop: de tijdrit is gemaakt voor de
krachtpatsers, voor de renners die verzuring zien als voedingsbron, die, in de
woorden van Tim Krabbé, hun handen op een stapel bakstenen
leggen en ze er
doorheen
drukken (De Renner, blz 60). Voor de jongens die (bijna) volledig
vertrouwen op hun technische capaciteiten, wordt winnen een lastige opgave.
Maar zeg nooit nooit. Mijn favoriet:
Filippo Ganna.