Dylan van Baarle boekte dit seizoen met
Parijs-Roubaix zijn grootste overwinning. Dat hij een groot deel van de koers reed met remmen die nauwelijks
functioneerden, doet hij in de podcast
Watts Occurring van Geraint Thomas en Luke Rowe uit de doeken. ‘Ik
was zo bang.’
Na een valpartij moest Van Baarle naar zijn reservefiets
overstappen, waarna het op de strook voor het beruchte Bos van Wallers mis ging
met zijn remmen. ‘Het begon op de sectie voor het Bos – ik weet niet meer hoe
die heet. Ik merkte dat mijn remmen minder goed werkten. Er zat voor de strook
al veel stof op de schijf van de remmen, dus ik kon al nauwelijks remmen op die
strook. Na de strook merkte ik dat de voorrem het nauwelijks meer deed en ik
dacht: f*ck, ik hoop niet dat die zo helemaal niet meer werkt. ‘
‘Daarna ging ik met een halve rem achter en nauwelijks een
rem voor het Bos in’, vervolgt Van Baalre ‘Ik was zo bang, ik zakte daar ook wat
plekken naar achteren. Na het Bos deed vervolgens mijn voorrem het niet meer.’ De
voorrem zou in het vervolg ook niet meer functioneren. ‘Ik moest dus nog 95
kilometer rijden. Ik reed dus tot aan de finish met alleen mijn achterrem.
Gelukkig werkte mijn achterrem na verloop weer beter, dus had ik in ieder geval
een rem.’ Kon Van Baarle dan niet van fiets wisselen? ‘Ik wilde wel, maar er
was geen tijd om terug te wisselen naar mijn originele fiets.’
'Hij zei echter: ‘’Ik ben compleet naar de klote.’’ Toen zei ik: neem gewoon een f*cking cafeïne gelletje en ga!'
- Van BaarleVan Baarle wordt door Rowe en Thomas ook gevraagd naar zijn
beslissende aanval. Nadat een eerste aanval teniet werd gedaan, sloeg Van
Baarle met zijn tweede aanval toe. Dat die goed uitpakte had ook te maken met
voorbereidende werk van Ben Turner, één van de revelaties uit het voorjaar. ‘Ze
begonnen met aanvallen, dus ik zei tegen Ben: val aan. Hij zei echter: ‘’Ik ben
compleet naar de klote.’’ Toen zei ik: neem gewoon een f*cking cafeïne gelletje
en ga!’
‘Vervolgens demarreerde hij en iedereen reageerde op hem.
Toen voelde ik het beslissende moment komen – want Lampaert en Mohoric (Yves,
Matej, red.) lagen niet ver voor – en ging ik. Eigenlijk explodeerde ik een
beetje voor de volgende strook. Op de kasseien kon ik het wel dichtrijden’,
vertelt Van Baarle. Toen hij aansloot, voelde de INEOS-renner al dat hij
sterker was dan Lampaert en Mohoric.
Tekst gaat verder onder de foto.
Van Baarle: 'Dat moment, poeh, was geweldig'
Op de volgende kasseistrook, voor het gemak door de sprekers
betiteld als de ‘boerderijstrook’, loste de Nederlander dan ook Mohoric en
Lampaert. ‘Er stond op die strook zijwind, beetje in de rug, en het ging supersnel.
Ik wilde ze langzaam kraken op Carrefour, maar ze kraakten al op de sectie daarvoor.’
Daarna maakte Van Baarle het met een solo van zo’n achttien kilometer af. ‘Het was
nog een mentaal spelletje, want je weet niet precies wat de tijdsverschillen
zijn. De ploegleiders horen alles via Radiotour – of hoe het ook heet – en hebben
geen televisie. Je hoort wel wat van een tijdsverschil, maar je gelooft het
niet echt.’
‘Pas toen Servais en Roger (Knaven, Hammond, ploegleiders
INEOS) naast me kwamen rijden in de laatste vijf kilometer was het moment dat
ik besefte: het gaat lukken’, gaat Van Baarle verder. Het mooiste moment was
echter toen hij de velodroom opdraaide. ‘Ik keek naar het scherm, want normaal
als je op kop rijdt, is de camera op je gericht. Ik keek dus en de camera was
op mij gericht. Dat moment, poeh, was geweldig.’