Voor Remco Evenepoel was 2019 het jaar van zijn doorbraak. Als 18-jarige maakt Evenepoel de overstap van de junioren naar de senioren. Hij won de Clásica San Sebastián en werd tweede op het Wereldkampioenschap tijdrijden in Yorkshire. In gesprek met Het Nieuwsblad vertelt hij waarom hij prof is geworden en wat hij daarvoor moet laten. Evenepoel geeft aan dat hij niet voor het geld prof is geworden, maar dat het plezier in de sport hem tot maximale prestaties leidt. 'Ik ben mijn carrière gestart zonder specifieke looneisen. Bij wijze van spreken wilde ik mijn eerste jaar gratis koersen, want wanneer je begint te presteren komen de salarissen en de bonussen vanzelf.' Hij geeft ook aan niet bij
Deceuninck-Quick-Step te hebben gereden als hij voor het geld had gekozen: 'Ik heb gekozen voor de opleiding en het plezier van de ploeg en dit jaar heb ik gelijk gekregen.'
Hij lijkt ook nog lang niet het plezier in het koersen te verliezen en vergelijkt zich met
Philippe Gilbert. 'Die is al achttien seizoenen bezig. Ik ben niet van plan om na tien jaar te stoppen als prof. Ik geloof wel dat je ongeveer tien jaar hebt om met de absolute top mee te doen, waarin ik mijn grootste zeges kan halen. Maar daarna zou ik toch ook nog vijf jaar kunnen koersen?'
Overstap op jonge leeftijd
Evenepoel hoort in het rijtje renners die al op jonge leeftijd zijn intrede in het peloton maakt. De overstap naar de senioren op jonge leeftijd ziet Evenepoel in de toekomst niet vaak meer gebeuren: 'Er doen er mij nu wel een paar na, maar ik denk dat ze het allemaal wat onderschatten. Achttien is echt het minimum.' Daarmee doelt hij ook op de ontwikkeling van het lichaam, omdat die op deze leeftijd nog volop in ontwikkeling is. 'Ik kan ook niet zo'n laag vetpercentage hebben zoals iemand als
Julian Alaphilippe, die heeft een percentage van vijf procent.'
Eerder gaf een topper als
Mathieu van der Poel ook al aan rond een vetpercentage van vijf procent te zitten. 'Maar dat kan mijn lichaam nog niet aan', zo laat Evenepoel weten. (Foto: Sirotti)