Like ons!
IDL Retro | Solleveld en Jakobs geloven hun oren niet op de Glandon: 'Omkeren!'

IDL-producties

IDL Retro | Solleveld en Jakobs geloven hun oren niet op de Glandon: 'Omkeren!'

Primoz Roglic kreeg in de Giro d’Italia een tijdstraf, omdat hij te lang werd geduwd door een supporter. In tijden dat de camera’s minder aanwezig waren om alles vast te leggen, was dit fenomeen echter schering en inslag. Soms met mooie gevolgen. In deze Retro duiken we terug in de tijd aan de hand van Gerrit Solleveld. Hij moest samen met Gert Jakobs omkeren op de Glandon om Jean-Paul van Poppel te halen.

Solleveld was een voorbeeldprof. Hij zeurde niet, deed zijn werk en op een goede dag reed hij voor eigen kansen. Hij zou in zijn actieve carrière zelfs nooit een boete krijgen. Mart Smeets noemde hem ooit eens 'de ongekroonde koning van het ochtendgelul'. Een man die wist dat de wereld uit meer bestond dan alleen wielrennen en graag sprak over andere dingen dan de koers. Toch behaalde Solleveld in zijn carrière grote successen. Zo is nog altijd de laatste Nederlandse winnaar van Gent-Wevelgem, won hij twee Tourritten en de rode trui voor het tussensprintklassement in de Tour de France.

Hardrijder van het vlakke land blijkt geen klimgeit

De allereerste kennismaking met de internationale wielertop beleefde Solleveld in de Ster de Belofte. Met de ploeg van Jan van Erp, met Jan Gisbers als ploegleider, werd begin jaren tachtig naar het zuiden van Frankrijk afgedaald. De eerste rit was een ploegentijdrit en in die tijd stond een ploeg van Gisbers bekend als een expert in dit onderdeel. Met Adrie van der Poel in de gelederen werden de aanwezige profploegen afgetroefd en werd de ploegentijdrit gewonnen door de amateurequipe van Van Erp. Solleveld kwam toevalligerwijs als eerste over de streep en mocht het leiderstricot aantrekken.

De volgende dag startte Solleveld vol ambities om zijn trui te verdedigen. Helaas had de Westlander nog niet meer aan bergen gezien dan de Waalse heuvels. Dat was wat anders dan de Col die deze dag de spil in de etappe zou vormen: de Aubisque. Met alle ambities om de trui te verdedigen was de Sol voor de top van de Pyreneeënreus al tien keer ontploft. Nog voordat de profcarrière voor Solleveld goed en wel gestart was, was al duidelijk dat hij geen klimgeit zou zijn.

Hardrijder in vrijbuitersploeg Raas

Solleveld blonk uit in hard fietsen, getuige ook zijn overwinning in het wereldkampioenschap voor amateurs van 1982 op de honderd kilometer ploegentijdrit, samen met Maarten Ducrot, Frits van Bindsbergen en Gerard Schipper. Genoeg reden voor Jan Raas om hem bij de ploeg te halen. In een vrijbuitersploeg waar het één voor allen en allen voor één was, was het goed toeven. Het ploeggevoel overheerste en successen werden behaald.

Ploegleider Raas was een man van groots koersinzicht en weinig woorden. De renners in zijn ploeg hadden ook niet veel woorden nodig. Als er een groepje wegreed in de Tour, dan moest daar een renner van Raas bij zitten. Zo niet, dan betekende dat onverbiddelijk op kop rijden om de kopgroep terug te halen. Zo kwam het een keer voor dat Ducrot en Gert Jakobs elkaar aankeken toen een groepje wegreed. Zit er wel een van ons bij? Daar zal Solleveld wel bij zitten, toch? Niet veel later kwam Solleveld vanachter uit het peloton aangereden om te vragen aan Jakobs en Ducrot wie er van hun ploeg mee was. Dat betekende maar één ding: op kop. Daar was geen oortje voor nodig.

Binnen de tijdslimiet, maar wel op eigen kracht

Na een succesvolle periode van vrijbuiters, kwam er een man voor wie er gereden zou worden. Een man die het werk van de ploeg kon afmaken en een man voor wie het treintje werd uitgevonden: Jean-Paul van Poppel. Solleveld was als hardrijder pur sang een graag geziene hulp voor Van Poppel. Zodoende mocht Solleveld in de jaren 1987 en 1988 mee naar de Tour om Van Poppel aan zeges te helpen. In 1987 ging dat wonderwel. Van Poppel won niet alleen twee ritten, maar ook de groene trui. In de Tour van 1988 zou hij het een stuk zwaarder krijgen.

Persoonlijk had Solleveld nooit moeite met de tijdslimiet. Hij was dan wel geen geboren klimgeit, maar hij kon goed genoeg klimmen om de tijdslimiet te halen, mits hij gezond was. Het was een kwestie van de goede bus opzoeken en, vaak met dezelfde renners als altijd, samenwerken om op tijd binnen te komen. Een hekel had hij aan renners die niet wilden werken en een gratis rit zochten. Zij werden door de ervaren renners maar wat graag op de kant gezet of er werd een gaatje voor ze gelaten. Iedereen moest er voor werken en dus zij ook. Al helemaal een broertje dood had hij aan renners die opeens terug kwamen met een arm die langer was dan de andere. Aan de auto hangen mocht volgens de geldende wielerwetten van het peloton, maar wel na materiaal pech of ander onfortuin. Niet om minder te hoeven werken dan de rest.

‘En Raas zei: ‘Omkeren!’’

Die Tour in 1988 gebeurde er iets heel opmerkelijks. Solleveld en Jakobs reden op de Glandon. Het was de veertiende etappe van de Tour richting Alpe d’Huez. De Nederlandse wielersupporters werden in extase gebracht door een één tweetje van de Siamese tweeling Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. Op de Glandon hoorden Solleveld en Jakobs boven het geluid van de ploegleiderswagen het geroep van Raas uit. De instructie was even kort als duidelijk: ‘Omkeren!’

Ver voor het gevecht tegen de tijdslimiet reden ze rustig hun koers en nu moesten ze zich opeens omdraaien? Niet inhouden, niet wachten, maar omkeren? Van Poppel bleek in moeilijkheden en de etappe was nog lang. Twee trouwe, noeste werkers moesten de sprinter van de ploeg in veiligheid brengen.

Raas had, zoals gezegd, een onfeilbaar koersinzicht. In dit geval had hij gezien dat Van Poppel de hulp van zijn ploeggenoten nodig had en was hij naar voren gereden om Solleveld en Jakobs naar achteren te dirigeren. Van Poppel moest volgens Raas in staat zijn om minimaal nog een rit te winnen, maar daarvoor moest hij wel op tijd binnen komen. Een rustig dagje voor Solleveld en Jakobs veranderde zo in een arbeidsintensieve dag. De twee deden wat hen werd opgedragen en keerden om. Tegen de koers in gingen zij op zoek naar Van Poppel. Eenmaal gevonden werd het een race tegen de klok.

Van achter handen wegduwend, maar van voren roepend: ‘Poussez!’

De etappe eindigde boven op l’Alpe d’Huez. Ruim een half uur achter winnaar Rooks vochten de renners zich een weg naar boven. Het was zaak om als eerste van de bus aan de beklimming te beginnen, want dan hadden supporters nog de lucht om de renners naar boven te duwen. Duwen was toentertijd ook niet toegestaan, maar door vervaarlijk achteruit te slaan, zodat de jury die beweging zou zien, werd een mogelijk straf afgewend. De hand ging dan wel naar achteren om te laten lijken dat ze niet geduwd wilden worden, maar ondertussen riepen de renners naar de supporters ‘Poussez!, Poussez!’ Kortom, de hulp van de fans was meer dan welkom.

In die tijd werd er soms door de jury een andere kant opgekeken en soms klom de bus sneller dan de groep der favorieten die dag. Het kwam aan op slim zijn, maar ook waren er minder camera’s aanwezig in koers. Denk alleen maar aan Vincenzo Nibali in de Vuelta. De renners in de bus wisten precies wat ze wel en niet konden doen en die dag heeft het geholpen om Van Poppel op tijd binnen te krijgen.

Mede dankzij de hulp van langs de kant, werd het een geslaagde missie. Van Poppel kwam op tijd binnen, maar bij Solleveld en Jakobs bleven wel vraagtekens bestaan over het omkeren tijdens de koers. Toen in Parijs de balans werd opgemaakt en Van Poppel middelpunt was van de feestvreugde bij hun ploeg na overwinningen in Bordeaux en Parijs, was het Raas die nog eens benadrukte waarom Solleveld en Jakobs moesten omkeren: ‘Daarom moest je omkeren’. (Foto: Screenshot YouTube)

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven