Renner van het Jaar (2&1): Duracell, ADHD en een ijskonijn met powerpoten; us like IDL-producties

Renner van het Jaar (2&1): Duracell, ADHD en een ijskonijn met powerpoten; us like

Door Marijn van den Berge 28 december 2019 | 10:15


Het is december. De eerste oliebollenkramen duiken op, de kerstman staat te trappelen om Sinterklaas het land uit te schoppen en er kan weer gestemd worden voor de Top 2000. De wielerliefhebber ziet het met een gevoel van diepe leegte aan. Al ruim een maand geen wielrennen op de weg en nog bijna twee maanden wachten voor er weer gekoerst gaat worden. Maar december is ook de maand van eindejaarslijstjes. Daarom zet In de Leiderstrui in vijf delen de beste tien renners van afgelopen jaar op een rijtje. Dit is deel 5.

We geven meteen toe: u zult het misschien niet met alle namen en posities eens zijn. U zult renners missen en vast ook onbegrip hebben voor namen in deze top tien. Niet gek; 2019 was misschien wel het beste, leukste en verrassendste wielerjaar in het afgelopen decennium. Het was dan ook moeilijk om keuzes te maken. Maar deze renners hadden volgens ons het grootste aandeel in dit fantastische wielerjaar:

Lees ook:
Deel 1 (10 & 9): Roze wolken vallen hard en kers op prachtige bruidstaart
Deel 2 (8 & 7): Four down, Sanremo to go, eindelijk tranen bij Mollema
Deel 3 (6 & 5): Een wolf in schaapskleren en kanonschoten op de Alto
Deel 4 (4&3): Een geel, afgetrapt fietsje en monsterlijke Van der Poel

2. Julian Alaphilippe

De tong uit de mond, een grimas van afzien (en een beetje show) op zijn met kwijl doordrenkte gezicht, het afgetrainde lichaam dat heen en weer danst als een slang uit de mand van een slangenbezweerder. Julian Alaphilippe, de reïncarnatie van Thomas Voeckler, maar dan beter en misschien wel nóg meer geliefd in Frankrijk. Hartendief, chouchou en tovenaar op een fiets.

Het is slechts eens in de zoveel tijd dat renners zó dominant aanwezig zijn en zó ongelooflijk veel succes boeken in één jaar als Alaphilippe. Overal waar hij reed viel hij aan, kwam hij bij de besten en won vooral heel erg veel. In de Dikke Van Dale wordt ‘Alaphilippe’ genoemd als een synoniem van ‘winnen’ en elke ochtend eet hij een boterham met aanvalslust. Dat liet hij zien van Argentinië tot Lombardije.

Al in de Vuelta a San Juan won Alaphilippe twee etappes en ook in Colombia 2.1 won hij een rit. Het was zijn voorbereiding op het klassieke voorjaar, dat startte in Strade Bianche. De koers van lekke banden, stofhappen als een mijnwerker en grind dat je nog drie dagen later uit je oren vist. Het was Wout van Aert die een geweldige comeback maakte op Alaphilippe en diens medevluchter Jakob Fuglsang, maar het was Loulou die het allersterkste was en met ogenschijnlijk sprekend gemak één van de meest iconische en zware koersen van het jaar wist te winnen.

Hij toonde meteen zijn bizarre explosiviteit, die hem dat jaar nog zoveel prachtigs zou opleveren. Alaphilippe denderde door in Tirreno-Adriatico, waar hij twee etappes won, waarvan één een totaal chaotische massasprint, die licht heuvelop liep. Dat kon hij dus ook al. Het Italiaanse werk lag hem blijkbaar goed, want na enkele ereplaatsen in eerdere jaren zou hij ook nog zijn allereerste Monument pakken. In de uitputtingsslag die Milaan-Sanremo heet. De bizarre versnelling van Alaphilippe op de Poggio om Alberto Bettiol terug te halen blies letterlijk een toeschouwer omver en slechts met veel moeite wisten andere renners weer in het wiel te geraken. Hij haalde persoonlijk Matej Mohoric terug in de laatste kilometer en legde mannen als Peter Sagan en Matteo Trentin, die hun carrière bouwden op dit soort groepsprints, er met een verschroeiende sprint op. De tranen na de finish zeiden alles.

Little did he know wat er dat jaar nog zou komen. Hij kreeg dan wel klop in de Brabantse Pijl en in de Amstel Gold Race van Mathieu van der Poel, maar ook daar toonde JuJu zijn aanvalslust, zijn explosiviteit, zijn grote motor en koershardheid. Overal zat hij vooraan en dat was in de Waalse Pijl weer het geval. Zijn tegenstrever van Strade en de Amstel kwam hij weer tegen, maar Fuglsang was simpelweg niet opgewassen tegen de immense power die het Duracell-konijn Alaphilippe uit zijn uitstekend gesoigneerde benen drukte. De Muur van Hoei was van Frankrijk.

In het Critérium du Dauphiné won Alaphilippe nog maar eens, om daarna op volle toeren naar de Tour de France te gaan. Julian Alaphilippe begon de Tour zoals hij elke wedstrijd begint: onbevangen, vrij van druk en aanvallend koersen. Het leverde hem al in etappe 3 een prachtige etappezege op na een mooie solo in een heuvelrit. En het geel. Dat mooie geel, die alleen in zijn dromen voorbij zweefde. Niemand die dacht aan Parijs. Drie dagen lang hield Loulou dat geel, tot Giulio Ciccone hem afpakte op La Planche des Belles Filles.

Hij hoefde maar een paar dagen zonder zijn geliefde geel. In etappe 8 was Alaphilippe weer zichtbaar in een aanvallende rol en veroverde hij het geelste hesje van 2019. Hij zou hem tot etappe 13 houden, want in de tijdrit in Pau zouden mannen als Geraint Thomas hem helemaal scheel gaan rijden. Fout. Alaphilippe bleef maar verrassen, want op de dag waarop het over Van Aert ging, stuntte Frankrijks grootste wielerster. 

Zou de Tourmalet Alaphilippe dan breken? Na de inspanning van de dag ervoor moest hij wel inleveren. ‘Echt niet’, dacht full-time ADHD’er Alaphilippe, die inmiddels een slechter slaappatroon had ontwikkeld dan een puber met een telefoonverslaving. De aanval van Thibaut Pinot was toch écht te machtig, maar Loulou klampte aan en sprintte in de laatste meters nog weg. Tweede werd hij. De gele droom werd met de dag intenser. Zou Frankrijk dan weer een Tourwinnaar krijgen?

Toch plofte de bom. De Duracell-batterij ging toch leeg. Terwijl de modderstromen hem om de oren vlogen, kraakte zelfs Julian Alaphilippe. Op de flanken van de Col de l’Iseran was het echt gedaan. De dag ervoor wist hij zijn Galibier-verlies nog goed te maken in de afdaling, in etappe 19 was het gedaan. Weg geel, weg droom. Frankrijk ademde weer, maar nu met nieuwe hoop voor de toekomst. De wereld keek toe hoe een andere springveer geel veroverde om nooit meer af te geven. Het pure wielerhart rouwde met Alaphilippe mee, toen ook zijn podiumplaats vervloog. Maar hij had alle harten veroverd en was dé smaakmaker van de Tour de France. Hij was dé smaakmaker van 2019. Chapeau, Juju, Chapeau!

1.Primoz Roglic

Het filmpje is meer dan 300.000 keer bekeken op Youtube. Primoz Roglic-Planica 2007 HORRIBLE CRASH. We zien schansspringer Roglic vliegen als een adelaar, zijn evenwicht verliezen en vervolgens te pletter storten op een sneeuwmuur. Dat laatste woord zal ook bij een bepaalde ploeggenoot nare herinneringen oproepen. Als een lappenpop rolt hij metersver door. Vier jaar later maakte hij nog zo’n smakker en stopte hij met zijn geliefde sport.

Roglic ging fietsen en dat bleek hij ontzettend goed te kunnen. Via Adria Mobil werd hij opgepikt door Jumbo-Visma. Daar nam zijn carrière een vlucht zoals hij die nog nooit genomen had met twee latten onder zijn schoenen. Acht jaar na zijn carrièreslopende val vanaf de schans staat Roglic weer op de top van de wereld. Maar nu als wielrenner. Een haast ongeziene transformatie.

De statistieken van Roglic in 2019 zijn bizar. Hij reed vijf meerdaagse rondes en won er daarvan maar liefst vier. Dankzij het geweld van Laurens De Plus was de UAE Tour met sprekend gemak voor de Sloveen. Een zenuwslopende tijdrit bracht hem nipt de zege in Tirreno-Adriatico en bezorgde hem een Mitchelton-Scott-trui, omdat men ervan overtuigd was dat Adam Yates ging winnen. 1 seconde was genoeg. In de Ronde van Romandië verpulverde Roglic de concurrentie met twee ritzeges.

Romandië was misschien niet de beste keuze, gaf Jumbo-Visma maanden later aan. Een week later startte Roglic in de Giro d’Italia. Het moest zijn ronde worden. Het begon uitmuntend met winst in de klimtijdrit en vijf dagen roze. Het bracht hem geen geluk, want in etappe zes kwam hij ten val. En daar toonde hij uit het juiste hout gesneden te zijn. Zonder paniek, zonder enige trilling in zijn stem, en met een compleet geschaafde rechterbil sprak hij de legendarische woorden: ‘Grande casino, me like.’ Ploegleider Addy Engels barst in lachen uit: ‘Wat een kerel, jonge…’

Een Sloveens ijskonijn met powerpoten, dat is het. Ook de tweede tijdrit is een prooi voor Roglic, maar zijn lampje dooft langzaam richting het einde van de Giro. Romandië is te veel geweest. Maar vooral onderschatten hij en Vincenzo Nibali de uiteindelijke winnaar Richard Carapaz op weg naar Courmayeur door alleen naar elkaar te kijken. Het komt misschien door zijn gebrek aan koersgogme, omdat hij pas op latere leeftijd op een fiets stapte.

De Giro, drie weken lang buffelen, sleuren en grande casino, is de enige meerdaagse koers die Roglic niet weet te winnen, hij moet genoegen nemen met een schitterende derde plaats. Zijn wraak zou zoet zijn. De Vuelta a Espana is zijn volgende doel. Het begint slecht met een crash van de hele ploeg en Steven Kruijswijk die op moet geven. Maar in Pau, een stad met slechte herinneringen voor Wout van Aert, betaalde Roglic de crash van zijn ploeggenoot dubbel en dwars terug. Hij pakte de leiderstrui en gaf die nooit meer af.

Zijn koelte, zijn immense inhoud, zijn bakken talent, zijn no-nonsense-mentaliteit. Het zijn de eigenschappen die van Roglic in 2019 de grootste ronderenner van het moment maakten. Zelfs toen de wind de renners om hem heen om hun moeder deed roepen in etappe 17, zijn ploeg opgerookt werd en zijn rood verbleekte in de Spaanse, brandende zon onder het geweld van zijn concurrentie, was er niks aan het gezicht af te lezen. Stoïcijns als altijd. Hij reageert niet op ophef, hij doet zijn ding en rijdt hard. De ijzige, constante blik in zijn gezicht komt terug in zijn uitslagen. Roglic won slechts één etappe, die tijdrit, maar eindigde verder liefst negen (!) etappes in de top tien, vlak voor, naast of achter zijn concurrenten. 2.33 is een enorme kloof.

De inmiddels 30-jarige Sloveen was na de Vuelta nog niet klaar met winnen. Ook in de Giro dell’Emilia en in Tre Valli Varesine, serieuze Italiaanse najaarskoersen, was hij de allersterkste, om met nog maar eens een top tien-notering te eindigen in Lombardije. ‘Me tired’, zal hij gezegd hebben. Dat mag ook wel na winnen van februari tot oktober. Primoz Roglic is de nummer 1 van de wereld, 8 schamele jaren na zijn carrièreswitch. Primoz Roglic is Sloveens cultureel erfgoed, en stiekem ook een beetje van ons. Primoz Roglic is geen gewone. Primoz Roglic is Renner van het Jaar. Primoz Roglic, us like.

Renner van het Jaar 2019: 

1. Primoz Roglic
2. Julian Alaphilippe
3. Mathieu van der Poel
4. Egan Bernal
5. Jakob Fuglsang
6. Tadej Pogacar
7. Bauke Mollema
8. Philippe Gilbert
9. Caleb Ewan
10. Wout van Aert

(Foto: Sirotti)

Poll

Wie is voor u de renner van het jaar?

Lees 1 Reacties

Tags:

Reacties

Poelwinst
8 Dec 2019 om 16:17

Grappig dat er tegen Mathieu v.d. Poel nauwelijks te fietsen of te schrijven valt. In principe draait het bij elke wedstrijd of verkiezing om hem en maakt het niet eens uit op welke plek hij eindigt.

Reageer


Meer nieuws