Wereldkampioen veldrijden worden bij de beloften in je
debuutseizoen als profcrosser: Fem van Empel flikte het. Afgelopen zondag reed de
achttienjarige veldrijster van Pauwels-Sauzen-Bingoal haar laatste cross van
dit seizoen. In de Leiderstrui ging in gesprek met het supertalent uit
Sint-Michielsgestel om terug te blikken op haar successen.
Eerder stond Van Empel te schitteren op het voetbalveld,
maar in 2019 verliet ze de voetbalwereld en startte ze met veldrijden en
mountainbiken. Een jaar later tekende de revelatie op achttienjarige leeftijd
een contract als belofte bij het Belgische Pauwels-Sauzen-Bingoal, dat al snel
werd omgezet in een profcontract. Sindsdien hobbelt ze vrolijk mee tussen de
elite, waar ze al meerdere malen dichtbij het podium wist te eindigen. Als
kers op de taart kroonde ze zichzelf in 2021 tot wereldkampioen veldrijden bij
de beloften.
Hey Fem! Zondag sloot je je cross-seizoen af tijdens
de Sluitingsprijs in Oostmalle. Hoe kijk je terug op je eerste seizoen als
profcrosser?
‘Toch wel met een verrast gevoel. Ik had dit niet
verwacht, maar wel gehoopt. Ik hoopte namelijk een paar top tien uitslagen te
kunnen behalen. Van de 22 wedstrijden die ik gereden heb, ben ik uiteindelijk
zeventien keer in de top tien geëindigd. Beter kon het dus eigenlijk niet.
Daarnaast waren er nog een paar uitschieters waarin ik in de top vier eindigde,
en dan natuurlijk nog het WK.’
Een geslaagd debuutseizoen dus! Was het mentaal gezien
niet lastig voor je, om al zo snel met ‘de groten’ mee te koersen?
‘Bij de junioren had ik vorig jaar al een paar crossen
meegereden met de elite. Dan merk je wel dat het verschil groot is, maar ik
wist dat ik qua trainingsarbeid wel stappen had gezet afgelopen zomer. Het was
vooral gewoon even afwachten hoe het niveau zou zijn. En dat was wel echt hoog
dit seizoen. Dat merkte je denk ik ook wel aan iedereen. Je zag ook dat
verschillende meiden die voorgaande jaren wel aan de top meededen, het dit
seizoen wel wat moeilijker hadden.’
Van Empel wordt vierde in de X2O Trofee Brussel.
Er spelen natuurlijk heel wat Nederlandse dames mee in
de top van het veldrijden. Hoe kijk jij daar tegenaan? Is er een vorm van rivaliteit?
‘Ik denk dat we het als Nederlanders aardig goed doen. We
zijn eigenlijk allemaal wel concurrenten van elkaar, maar op de
kampioenschappen ben je een soort van ploeggenoten. Ik denk dat de concurrentie
de komende jaren alsnog vanuit de Nederlanders zal komen. Misschien dat er wel
nog enkele talenten uit het buitenland doorbreken, zoals een Blanka Vas (Kata,
red.) uit Hongarije.’
Is dat lastig voor jou, dat die concurrentie vooral
vanuit de Nederlandse hoek komt?
‘Nee, ik denk het niet. Ik denk dat je elkaar daardoor
alleen maar sterker maakt. Je verbetert elkaar en het communiceert makkelijker,
ook met de trainers om je heen. Daarom denk ik dat het alleen maar een voordeel
is dat de Nederlanders het zo goed doen.’
We zetten even een stapje terug in de tijd. Eerder was
je namelijk actief op het voetbalveld. Waarom maakte je uiteindelijk de switch
naar het veldrijden?
‘Ik was er een beetje klaar mee om afhankelijk te zijn
van andere mensen. Voetbal is namelijk toch een teamsport. Ik stond voorin, dus
ik had de taak om de bal in het doel te schieten. Je moet dan natuurlijk wel de
mensen hebben die je daarvoor aanspelen en ik voetbalde op een best hoog
niveau. De meiden die in mijn team zaten, wilden liever de dag ervoor op stap
gaan dan dat ze op zondag fris op het veld stonden, terwijl ik er alles voor
deed. Dat ging wel tegenspelen. Met het fietsen was ik al bekend van jongs af
aan, maar ik had er verder nooit echt iets mee gedaan. De switch was toen dus
wel een makkelijke keuze.’
Eenmaal aan het crossen, merkte je toen dat je de
goede keuze gemaakt had? Of miste je het voetballen toch wel een beetje?
‘Ik mis het voetballen eigenlijk totaal niet. Het fietsen
begon in de zomer van 2019 op de mountainbike. Toen werd ik derde op het
Nederlands kampioenschap, zonder er veel voor te doen. Dat was wel het punt waarop ik dacht van: wat als ik er nou wél iets voor ga doen? Waar zal ik dan terecht
komen?’
En dan word je in je debuutseizoen in het veldrijden
al direct wereldkampioen bij de beloften…
‘Ja, dat klopt! Het was een droom om een truitje te
pakken. Voorafgaand aan het seizoen had ik gehoopt dat ik op het podium zou
eindigen bij het Nederlands kampioenschap. Helaas is dat niet doorgegaan, maar
mijn vorm had ik daar wel naartoe gepiekt. Die vorm hebben we vervolgens een
beetje uitgerekt tot aan het WK en dat pakte goed uit.’
Lees verder onder de video.
Van Empel grijpt wereldtitel op WK veldrijden voor beloften in 2021.
Dat kun je wel zeggen! Heb je het idee dat er dingen
veranderd zijn na het WK?
‘Ja, maar wat de druk betreft heb ik nu niet het gevoel
dat ik mezelf moet bewijzen. Ik ben uiteraard pas achttien jaar oud. Er zijn
genoeg meiden die zeven of misschien wel tien jaar ouder zijn dan ik en ik ben
pas net begonnen. Natuurlijk, ik snap dat er verwachtingen van mij zijn voor
het komend seizoen, maar als ik deze lijn door weet te trekken, denk ik dat die
verwachtingen ook wel terecht zijn.’
Die status brengt veel aandacht en populariteit met
zich mee. Hoe ga jij daarmee om?
‘Het hangt er vanaf. Toen ik zelf nog niet echt in
wedstrijdverband reed, ging ik wel al naar wedstrijden kijken. Dan zie je
bijvoorbeeld bij Alvarado (Ceylin del Carmen, red.) wel een mensenvolk staan.
Als je je dat dan inbeeldt bij je eigen camper, dan zou dat natuurlijk vet zijn.
Vanwege de coronacrisis is er nu geen publiek toegestaan. Ik weet niet hoe ik
daarop zou reageren, dat is dan de vraag als dat daadwerkelijk gebeurt. Verder
zijn mijn sociale media enorm gegroeid qua populariteit. Ik vind het ook leuk
om daarmee bezig te zijn en zo mijn eigen imago te kunnen vergroten.’
Je bent nog maar achttien jaar oud, dus er ligt nog
een hele carrière voor je. Wat zijn je ambities voor de komende jaren, als je
naar je eigen ontwikkeling en mogelijkheden kijkt?
‘Mijn ambitie was eigenlijk om een truitje pakken en dat
is me dit seizoen al gelukt. Die ambities moet ik dus denk ik even gaan
bijstellen, haha! Wat de korte termijn betreft, hoop ik het volgend seizoen
gewoon mee te kunnen draaien en steady top tien te kunnen rijden. Mijn
ontwikkeling voortzetten, dat is het grootste doel voor de korte termijn. Op de
lange termijn hoop ik eventueel wel wat wegkoersen te rijden. Dat wil ik deze
zomer gaan proberen, om te kijken of dat mij ligt. Daarnaast schrijf ik het
mountainbiken zeker nog niet af. De Olympische Spelen in Parijs (2024, red.)
komen er natuurlijk ook aan. Daarvoor zal ik alleen ambities hebben als ik me
de komende twee jaar in het mountainbiken blijf ontwikkelen en ik mijn plezier
erin blijf behouden. Ze worden namelijk wel steeds heftiger, die parcoursen. Ik
denk overigens niet dat ik heel mijn carrière alleen blijf veldrijden. Het zal
altijd een combinatie worden, of misschien wel een andere discipline.’
Lees verder onder de post.
Van Empel in actie tijdens het EK mountainbiken in Monte Tamaro.
Dus het koersen op de weg, dat trekt jou wel?
‘Ik heb eigenlijk nog nooit wegwedstrijden gereden, maar
het trainen gaat me al goed af op de weg. Het is altijd anders als je in een
peloton moet rijden, dus ik spreek nog niet te veel uit, maar ik hoop er deze
zomer toch al het een en ander van te proeven.’
Nog even terug naar het veldrijden. Afgelopen seizoen
ben je meerdere malen dicht in de buurt van het podium geëindigd. Zien we Fem
van Empel volgend seizoen misschien wel op het podium tussen de elite terug?
‘Dat zal ook wel een hoofddoel zijn volgend jaar. Ik ben
er dit seizoen wel echt heel dichtbij geweest. Je moet ook nagaan van welke
startpositie ik moest komen. Ik heb eigenlijk alle wedstrijden in de
achtervolging gemoeten. Dat kost een hoop kracht, waardoor je op het einde
misschien te kort kan komen. We zullen zien hoe ik de zomer doorkom en of ik
mijn ontwikkeling door kan zetten. Dan zal er veel mogelijk zijn.’
Het vrouwenveldrijden wordt steeds populairder, maar
er is nog altijd wel een kloofje merkbaar in relatie tot de mannen. Hoe denk
jij dat dit kloofje weggewerkt zou kunnen worden?
‘Ik denk dat er dit seizoen al een grote stap voorwaarts
is gezet. Je ziet bijvoorbeeld dat de vrouwenkoers van de wereldbekerwedstrijd
in Dendermonde beter bekeken werd dan de mannenkoers. Dat zegt al genoeg. Ik
denk ook dat er nu meer mensen voor de tv zitten vanwege de coronatijd.
Nederland is wel ook een sportland en datzelfde geldt voor België, dus ik denk
dat men de sport wel steeds interessanter gaat vinden. Ik denk dat het op
termijn wel gewoon gelijkgesteld gaat worden.’
Dat zou mooi zijn! Het cross-seizoen van 2020/2021 zit
er nu op. Hoe ziet de rest van het jaar er voor jou uit?
‘Momenteel heb ik een paar weken rust na het
veldritseizoen, maar daarna wordt het weer rustig opbouwen. Al vrij snel staan
er namelijk weer mountainbikewedstrijden op de kalender. Ik wil dit jaar
misschien een aantal wereldbekerwedstrijden gaan rijden, om die ervaring ook op
te doen en natuurlijk met het oog op de Olympische Spelen in Parijs. Je moet
daar namelijk niet te laat mee beginnen, dus ik hoop die ervaringen dit seizoen
gewoon op te kunnen doen. Daarnaast wil ik, voor de snelheid en de
explosiviteit, dus ook wat koersen op de weg gaan rijden. Vervolgens ga ik weer
toewerken naar het veldritseizoen.’
Tot slot. We hebben het gehad over het veldrijden,
mountainbiken en het wielrennen, maar bij welke discipline ligt je passie nu
echt?
‘Ik ben nu het meest bekend met het veldrijden, maar
afgelopen zomer heb ik mezelf misschien wel uitgedaagd in het mountainbiken.
Qua uitdaging zou ik daarom kiezen voor het mountainbiken. In het veldrijden
zit namelijk niet zo super veel uitdaging. Er komt tactiek bij kijken, of het
is gewoon simpelweg zo hard mogelijk rijden. Een mountainbikewedstrijd duurt
daarentegen al anderhalf uur, wat ook wel iets meer conditie vergt. Daarnaast
spelen de hoogtemeters een rol. Je komt obstakels, stenen of bergen tegen
waarvan je denkt: moet ik hiervan af?! Ik heb mijn grenzen dus in de zomer al
verlegd en dat hoop ik de komende jaren ook nog te gaan doen. Dat zal dan
voornamelijk gebeuren in het mountainbiken.’