Zonder Mathieu van der Poel en Wout van Aert is de cross een
prima speeltuin voor
Eli Iserbyt. De Belg is net zoals de voorbije jaren het
seizoen voorspoedig begonnen met drie overwinningen, waarvan twee Wereldbekers.
Desondanks ziet Iserbyt ook dat de cross zonder Wout en Mathieu net wat minder
interesse trekt, zo vertelt hij aan
Het Nieuwsblad.
Een sport staat of valt met haar boegbeelden en voorlopig
moet de cross het doen zonder Van der Poel en Van Aert. Beiden
zullen aan het einde van het jaar normaal gesproken wel hun rentree maken. Zonder die twee is de interesse in het veldrijden in ieder gevel wat minder, iets wat
Iserbyt erkent. ‘Ik
vind het niet eens abnormaal dat mensen zo denken. Als buitenstaander zou ik er
misschien ook zo naar kijken’, aldus Iserbyt, die een vergelijking maakt met
zijn beginjaren als prof. ‘Toen was Sven Nys net gestopt en hoorde je ook vaak
dat het nooit meer hetzelfde zou zijn. Nu zijn die onheilsberichten er opnieuw
omdat Wout en Mathieu wat langer wegblijven.’
Toch
heeft Iserbyt het idee dat de sport in een goede situatie verkeert. ‘Maar
volgens mij maken we nog altijd een opwaartse beweging. De kijkcijfers blijven
goed en zolang dat zo is, zal de sport altijd een grote commerciële waarde
hebben. Ik vind dat journalisten ook meer hun best doen om nieuwe verhalen te
brengen, om opkomende renners meteen onder de aandacht te brengen. Allemaal
positief.’
Iserbyt: 'Ik vind dat een compliment'
Over
de huidige opzet van de Wereldbeker – veertien manches – is Iserbyt tevreden, maar
het prijzengeld mag volgens hem een stuk hoger. ‘Mijn grootste bezwaar
blijft het huidige prijzengeld. De Wereldbeker wil het grote superklassement
zijn en dan moet je dat ook financieel waarmaken. Daar moet dus iets bij. Niet
een klein beetje, maar heel veel. (het prijzengeld nu: 5.000 euro per cross, 30.000 euro voor het
eindklassement, geen startgeld, red.) Ik heb het er in de Verenigde Staten net nog
over gehad, met een aantal renners van de zogenaamde tweede rij. De prijzenpot
voor het eindklassement is dezelfde gebleven sinds 2000 of zo, terwijl we van
zes naar veertien manches zijn gegaan.’
Waar toppers in het veld zoals Van der Poel, Van Aert, Tom
Pidcock en in mindere mate Quinten Hermans ook succesvol zijn op de weg, heeft
Iserbyt de stap nooit echt gemaakt, en dat zal hij ook niet meer doen. Iserbyt
is tevreden als enkel veldrijder. ‘Ik vind dat een compliment. Vroeger stond
iedereen toch net te springen om crosser te worden? Ik ben er zeker van dat die
tijd ook gaat terugkomen.’
Bovendien denkt Iserbyt dat een omscholing naar wegrenner
voor hem lastiger zou zijn dan voor Van der Poel en Van Aert. ‘Misschien ben ik
iemand voor het gebergte, maar dat is iets waar ik nooit op train. Om me daar
op toe te leggen, zou ik me volledig moeten omscholen en ik denk dat het daar
eerlijk gezegd al te laat voor is. Renners als Mathieu en Wout kunnen zich
toeleggen op het Vlaamse werk, wat veel beter aansluit bij het veldrijden. Idem
voor Quinten Hermans in de Waalse klassiekers. Maar ik weeg 56 kilo. Ik haal
niet de absolute wattages die je in die eendagswedstrijden nodig hebt.’
Iserbyt begint seizoen opnieuw voortvarend
Iserbyt won dit seizoen al drie crossen en finishte twee
keer als tweede. De Wereldbeker is dit jaar weer een groot doel voor de Belg en
na
overwinningen in de eerste twee manches in Amerika staat hij fier aan de leiding in het betreffende klassement. Zondag volgt in het Tsjechische Tabor de
derde manche van het regelmatigheidsklassement.